Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven 2000

Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven 2000

Het bestuur van het Productschap Vis,
gelet op de artikelen 93, 95 en 102 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en op de artikelen 5, 6 en 7 van de Instellingsverordening Productschap Vis, heeft op 27 januari 2000 de navolgende verordening vastgesteld.

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Productschap

:

het Productschap Vis;

Voorzitter

:

de voorzitter van het Productschap;

Ondernemer

:

degene die een onderneming drijft waarvoor het Productschap is ingesteld;

Visserijproducten

:

alle zee- of zoetwaterdieren of delen daarvan, kuit en hom daaronder begrepen, ongeacht de staat van be- of verwerking, met uitzondering van in het water levende zoogdieren en kikkers;

Recipiënten

:

vaten, kisten, containers e.d. waarin visserijproducten worden bewaard of opgeslagen;

Koelen

:

procédé dat erin bestaat de temperatuur van visserijproducten zodanig te doen dalen dat zij de temperatuur van smeltend ijs benadert;

Bewerken

:

een behandeling waardoor de anatomische toestand van visserijproducten wordt gewijzigd, zoals strippen, ontkoppen, in moten verdelen, fileren en hakken;

Verwerken

:

een behandeling waarbij visserijproducten, al dan niet samen met andere levensmiddelen, een chemisch of fysisch procédé zoals verhitten, roken, zouten, drogen, marineren of een combinatie daarvan ondergaat;

Invriezen

:

een behandeling waarbij de kerntemperatuur van visserijproducten, na thermische stabilisatie, minimal -18°C bedraagt;

Verpakken

:

het beschermen van visserijproducten door middel van het gebruik van een wikkel, een container of een ander daarvoor geschikt materiaal;

Verhandelen

:

het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen, afleveren of voorhanden of in voorraad hebben van visserijproducten;

Bevoegde instantie

:

de Directeur van het dienstonderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en de directeur van het dienstonderdeel Keuringsdienst van Waren (KvW) van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA);

Drinkwater

:

water dat voldoet aan de eisen gesteld bij het Waterleidingbesluit, d.d. 7 juni 1960, (Stb. 1960, 345, zoals laatstelijk gewijzigd;

Schoon zeewater

:

zeewater of brak water dat geen microbiologische verontreinigingen, schadelijke stoffen en/of toxisch marien plankton bevat in hoeveelheden die de kwaliteit van de visserijproducten uit gezondheidsoogpunt kunnen aantasten;

Afslag

:

een gebouw waar visserijproducten hoofdzakelijk worden geveild en met het oog op verkoop uitsluitend worden gesorteerd, uitgastald of opgeslagen en in het groot worden verkocht;

Groothandelsmarkt

:

een markt waar visserijproducten met het oog op verkoop uitsluitend worden gesorteerd, uitgestald of opgeslagen en in het groot worden verkocht;

Zuiveringscentrum

:

een bedrijf dat over waterbekkens beschikt die worden voorzien met van nature schoon zeewater of met door middel van een geschikte behandeling schoon gemaakt zeewater, waarin de levende tweekleppige weekdieren worden gehouden gedurende de tijd die nodig is om de microbiologische contaminanten te elimineren, zodat ze geschikt worden voor menselijke consumptie;

Verzendingscentrum

:

een op het land gevestigd of drijvend bedrijf, dat is bedoeld voor ontvangst, verwatering, wassen, reiniging, sortering en verpakking van levende tweekleppige weekdieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie;

Inrichting

:

iedere ruimte waar visserijproducten worden bewerkt, verwerkt, gekoeld, ingevroren, verpakt of opgeslagen met uitzondering van vissersvaartuigen, afslagen, groothandelsmarkten, zuiveringscentra en verzendingscentra;

Werkplaats

:

de plaats in een inrichting waar visserijproducten worden behandeld, bewerkt of verwerkt;

Koelruimte

:

de ruimte waar visserijproducten gekoeld worden opgeslagen;

Diepvriesruimte

:

de ruimte waar ingevroren visserijproducten worden opgeslagen;

Bedrijfsterrein

:

het terrein inclusief de binnenplaatsen behorende bij de inrichting;

Afval

:

dierlijke of plantaardige producten die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie.

Artikel

2

Deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van:

  • a.

    de detailhandel;

  • b.

    ondernemingen waarin uitsluitend visserijproducten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie worden gehanteerd;

  • c.

    het afleveren van visserijproducten indien aannemelijk kan worden gemaakt dat het afleveren geschiedt ter vernietiging van de producten.

Artikel

3

Artikel

4

De werkplaats moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    zij moet groot genoeg te zijn om de werkzaamheden in bevredigende hygiënische omstandigheden te laten verlopen en moet zo zijn ontworpen en ingericht dat besmetting van de visserijproducten wordt voorkomen en dat de schone en de vuile sector duidelijk van elkaar gescheiden zijn;

  • b.

    de vloer moet waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn en moet zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar van stankafsluiters voorziene afvoerputten, zonodig via goed te reinigen en te ontsmetten afvoergoten;

  • c.

    de wanden moeten duurzaam, waterdicht, glad en gemakkelijk te reinigen zijn;

  • d.

    het plafond moet gemakkelijk te reinigen zijn en moet zodanig geconstrueerd zijn dat condensatie, schimmelvorming en afbladderen wordt geminimaliseerd;

  • e.

    de aansluiting tussen de vloer en de wanden, tussen de vloer en de overige vaste opstanden en tussen de wanden onderling moeten zijn afgedicht;

  • f.

    de deuren moeten zijn vervaardigd van onaantastbaar gemakkelijk te reinigen materiaal;

  • g.

    de ventilatie van de ruimte moet zodanig zijn dat vochtige en verontreinigde lucht voldoende wordt afgevoerd;

  • h.

    de verlichting moet voldoende zijn;

  • i.

    er moeten een voldoende aantal wastafels aanwezig zijn; de kranen van de wastafels mogen niet met de hand kunnen worden bediend; bij de wastafels moeten voldoende producten voor het reinigen en ontsmetten van de handen en voldoende wegwerphanddoeken aanwezig zijn;

  • j.

    er moeten voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van het gereedschap, de werktuigen, de machines en de installaties aanwezig zijn.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een inrichting waar levende visserijproducten worden gehouden, moet beschikken over geschikte installaties die de dieren maximale overlevingskansen geven, met water van een zodanige kwaliteit dat de dieren niet in aanraking komen met schadelijke organismen of stoffen.

Artikel

8

Artikel

9

Het gereedschap, de werktuigen, de machines en de installaties die bij de be- en verwerking van visserijproducten worden gebruikt en de recipiënten, moeten vervaardigd zijn van corrosiebestendig materiaal en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Een inrichting moet beschikken over een systeem voor de hygiënische afvoer van afvalwater.

Artikel

13

Artikel

14

Indien de hoeveelheid be- of verwerkte visserijproducten de regelmatige of permanente aanwezigheid van de bevoegde instantie in een inrichting vergt, moet de inrichting beschikken over een adequaat ingerichte afsluitbare ruimte die uitsluitend ter beschikking van de bevoegde instantie staat.

Artikel

15

Artikel

16

Het bedrijfsterrein moet uit hygiënisch oogpunt voldoende schoon en onderhouden zijn, zodat het geen oorzaak kan zijn van verontreiniging van de inrichting of van de visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie.

Artikel

17

Artikel

18

De in deze verordening gestelde regels binden naast een ondernemer mede de bij een ondernemer werkzame personen, alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarvoor het Productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel

19

Artikel

20

Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn strafbare feiten.

Artikel

22

Namens het bestuur van het Productschap,
D.J. Langstraat voorzitter
H.G. van der Bend secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 25 april 2002 en door de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij besluit van 8 maart 2002, nr. TRC/JZ/2000/1397 met uitzondering van artikel 19, eerste lid.