Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.
De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in artikel 435, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, artikel 34 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV), de artikelen 20, 21, 22, 59, 60, 62, 68 van het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens (RVV) en omvat mede de bevoegdheden als omschreven in artikel 160, eerste, derde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet.
Het hoofd van het bureau verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk per 1 april, verslag uit aan de Minister van Justitie en vermeldt hierin in ieder geval:
de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren,
de door die opsporingsambtenaren verrichte activiteiten,
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.
De besluiten van het College van procureurs-generaal van 22 juni 1999, 24 november 1999 en 5 januari 2000, inhoudende categoriale aanwijzingen tot benoeming van buitengewone opsporingsambtenaren verkeershandhaving bij de korpsen Drenthe, Brabant Zuid-Oost en Midden- en West Brabant, worden ingetrokken.
De akten van beëdiging die berusten op de in artikel 7, eerste lid, genoemde besluiten, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH te Den Haag.