Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.

Artikel

2

De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het hoofd van het bureau verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk per 1 april, verslag uit aan de Minister van Justitie en vermeldt hierin in ieder geval:

  • a.

    de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren,

  • b.

    de door die opsporingsambtenaren verrichte activiteiten,

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH te Den Haag.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
Hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,H.Ph.Mayer