Besluit van 26 april 2000, houdende uitvoering van de artikelen 69d, 69j en 69k van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Besluit aanvullend toezicht verzekeraars in een verzekeringsgroep)

Besluit aanvullend toezicht verzekeraars in een verzekeringsgroep

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 20 mei 1999, no. BGW 99–1176-M, Generale Thesaurie, Directie Binnenlands Geldwezen, Afdeling Verzekeringswezen;
De Raad van State gehoord (advies van 2 juli 1999, no. W06.99.0266/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 19 april 2000, no. BGW 2000–709M;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Definitie

Hoofdstuk

2

Berekening van de aangepaste solvabiliteit van verzekeraars

§

1

Keuze van de berekeningsmethode en algemene beginselen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer van mening is dat bepaalde andere dan de in artikel 5 bedoelde vermogensbestanddelen die voor de solvabiliteitsmarge van een in dat artikel bedoelde verbonden verzekeraar in aanmerking komen, niet beschikbaar zijn ter dekking van de vereiste solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar waarvoor de aangepaste solvabiliteit wordt berekend, worden deze vermogensbestanddelen slechts in de berekening betrokken voor zover zij in aanmerking zijn genomen voor de dekking van de vereiste solvabiliteitsmarge van die verbonden verzekeraar.

Artikel

7

De som van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde vermogensbestanddelen overschrijdt de vereiste solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraar niet.

Artikel

8

§

2

Toepassing van de berekeningsmethoden

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in dit besluit gestelde regels van een verzekeraar die door middel van een tussenliggende verzekeringsholding deelneemt in een verzekeraar als bedoeld in artikel 69a, onderdelen a tot en met c, wordt rekening gehouden met de positie van die tussenliggende verzekeringsholding. Voor deze berekening wordt deze tussenliggende verzekeringsholding beschouwd als een verzekeraar waarvoor een vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan nul geldt en waarop artikel 3 van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 van toepassing is.

Artikel

12

Artikel

13

Onverminderd artikel 10 kan de Pensioen- & Verzekeringskamer bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een deelnemende verzekeraar in een herverzekeraar met zetel buiten de Unie en met inachtneming van artikel 12, tweede lid, bepalen dat bij de berekening met betrekking tot die herverzekeraar rekening wordt gehouden met het vereiste eigen vermogen en met de voor het nakomen van dat vereiste in aanmerking komende vermogensbestanddelen, als voorgeschreven door de betrokken staat buiten de Unie. Indien dergelijke bepalingen alleen gelden voor de verzekeraars met zetel in die staat, kan het theoretisch vereiste eigen vermogen van de verbonden herverzekeraar worden berekend alsof het gaat om een verbonden verzekeraar met zetel in die staat. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met de voor het nakomen van dat theoretisch vereiste in aanmerking komende vermogensbestanddelen.

Artikel

14

Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer niet beschikt over de voor de berekening overeenkomstig dit besluit noodzakelijke informatie betreffende een verbonden onderneming, wordt de boekwaarde van deze onderneming bij de deelnemende verzekeraar in mindering gebracht op de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit. In dat geval worden aan deze deelneming verbonden meerwaarden niet als vermogensbestanddeel dat in aanmerking mag worden genomen voor deze berekening aanvaard.

§

3

Berekeningsmethoden

Artikel

15

Voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een verzekeraar zijn de volgende berekeningsmethoden toegestaan.

METHODE 1 : Aftrek en aggregatie

De aangepaste solvabiliteit van de deelnemende verzekeraar is het verschil tussen:

  • 1.

    de som van:

    • a.

      de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar, en

    • b.

      het proportionele deel van de deelnemende verzekeraar in de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraar; en

  • 2.

    de som van:

    • a.

      de boekwaarde van de verbonden verzekeraar bij de deelnemende verzekeraar, en

    • b.

      de vereiste solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar, en

    • c.

      het proportionele deel van de vereiste solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraar.

Indien de deelneming in de verbonden verzekeraar geheel of ten dele bestaat uit een middellijk belang wordt in punt 2, onderdeel a, de waarde daarvan in de berekening betrokken met inachtneming van de desbetreffende opeenvolgende deelnemingen en worden in de punten 1, onderdeel b, en 2, onderdeel c, de proportionele delen van, onderscheidenlijk, de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraar en de vereiste solvabiliteitsmarge van die verzekeraar daarin begrepen.

METHODE 2: Aftrek van een vereiste

De aangepaste solvabiliteit van de deelnemende verzekeraar is het verschil tussen:

  • 1.

    de som van de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar; en

  • 2.

    de som van:

    • a.

      de vereiste solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar, en

    • b.

      het proportionele deel van de vereiste solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraar.

Voor de waardering van de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge worden deelnemingen vastgesteld op basis van de netto-vermogenswaarde, overeenkomstig artikel 389, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

METHODE 3: Methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen

De aangepaste solvabiliteit van de deelnemende verzekeraar wordt berekend aan de hand van de geconsolideerde jaarrekeningen en is het verschil tussen:

de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge berekend op basis van de geconsolideerde gegevens, en

  • a.

    hetzij de som van de vereiste solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeraar en het proportionele deel van de vereiste solvabiliteitsmarge van de verbonden verzekeraars zoals dat voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekeningen in aanmerking genomen is;

  • b.

    hetzij de vereiste solvabiliteitsmarge die op basis van de geconsolideerde gegevens berekend is.

Het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 is van toepassing op de bepaling van de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge en de berekening van de vereiste solvabiliteitsmarge op basis van de geconsolideerde gegevens.

Hoofdstuk

3

Aanvullend toezicht op verzekeraars die dochteronderneming zijn van een verzekeringsholding, een herverzekeraar of een verzekeraar met zetel buiten de Unie

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Bij het toezicht ingevolge dit hoofdstuk is artikel 14 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

4

Overige bepalingen

Artikel

19

Dit besluit treedt in werking met ingang van 5 juni 2000. De ingevolge dit besluit te berekenen aangepaste solvabiliteit wordt voor het eerst toegepast met betrekking tot het boekjaar dat op 1 januari 2001 of gedurende dat kalenderjaar begint.

Artikel

20

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanvullend toezicht verzekeraars in een verzekeringsgroep.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, A. H. Korthals