Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Onderwijs en Wetenschappen, de Minister van Financiën, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede van de Wet op de economische delicten, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar:

  • a.

    een medewerker van de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD;

  • b.

    een medewerker die de functie vervult van speurhondengeleider of luchtwaarnemer bij de Dienst Levende Have, respectievelijk de Politie Luchtvaartdienst van de Divisie Ondersteuning van het KLPD;

  • c.

    een medewerker werkzaam in de aangifteopname bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD;

  • d.

    een medewerker van de volgende onderafdelingen van de divisie Mobiliteit, afdeling Bijzondere Taken van het KLPD:

    • 1.

      Gericht Verkeerstoezicht,

    • 2.

      Transport- en Milieucontrole,

    • 3.

      Centrale Proces-verbaalverwerking,

  • e.

    een medewerker van de afdeling Informatie Coördinatie Politie (ICP) van het KLPD.

Artikel

2

Artikel

3

Op grond van dit besluit kan het na te noemen aantal personen bij de daarbij benoemde onderdelen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd:

  • 1.

    bij de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD: maximaal 450 personen;

  • 2.

    bij de Divisie Ondersteuning van het KLPD: maximaal 16 personen;

  • 3.

    bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD: maximaal 30 personen;

  • 4.

    bij de afdeling Bijzondere Taken van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 110 personen, waarvan:

    • a.

      bij Gericht Verkeerstoezicht: maximaal 30 personen;

    • b.

      bij Transport- en Milieucontrole: maximaal 30 personen;

    • c.

      bij Centrale Proces-verbaalverwerking: maximaal 50 personen.

  • 5.

    bij de afdeling Informatie Coördinatie Informatie Politie (ICIP) van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 40 personen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De korpschef van het KLPD brengt jaarlijks vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het KLPD;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

7

De buitengewoon opsporingsambtenaar die de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, kan ontheffing worden verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,H.Ph.Mayer