Regeling periodieke audit GBA

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Hoofdstuk

2

De periodieke audit

Paragraaf

1

Het inhoudelijke deel van de audit

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De te controleren persoonslijsten worden op papier afgedrukt, ongeacht de wijze waarop de controle plaatsvindt.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Een auditee heeft het inhoudelijke deel van de audit met goed gevolg afgelegd, indien er per foutklasse niet meer fouten zijn geteld dan:

  • a.

    1% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten in foutklasse A;

  • b.

    5% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten in foutklasse B;

  • c.

    10% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten in foutklasse C.

Artikel

10

De onderzochte persoonslijst wordt door de auditor gewaarmerkt. De afwijkingen alsmede de telling van deze afwijkingen als fouten, worden in de auditrapportage vermeld.

Paragraaf

2

Het procesmatige deel van de audit

Artikel

11

Het procesmatige deel van de audit wordt uitgevoerd met behulp van de in bijlage 2 opgenomen vragenlijst en de ingevolge artikel 12, eerste lid, door de auditee aangeboden documenten alsmede de waarneming ter plaatse door de auditor.

Artikel

12

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Paragraaf

3

Het privacydeel van de audit

Artikel

15

Het privacydeel van de audit wordt uitgevoerd aan de hand van de in bijlage 3 opgenomen aanvullende vragenlijst en de ingevolge artikel 15a, eerste lid, door de auditee aangeboden documenten.

Artikel

15a

Hoofdstuk

3

De auditrapportage en het controleverslag procesmatig deel van de audit

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Omtrent het privacydeel van de audit wordt minimaal opgenomen:

  • a.

    de zichtbare onvolkomenheden in de documentatie;

  • b.

    hoe dit deel van de audit is uitgevoerd, welke aanvullende documenten zijn geraadpleegd, welke controles en interviews zijn uitgevoerd;

  • c.

    de bevindingen.

Artikel

20

In verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de burger zijn de feitelijke bevindingen bij het inhoudelijke deel van de audit op een zodanige wijze beschreven dat de gegevens niet zijn te herleiden tot een individuele persoon.

Artikel

21

Artikel

21a

Hoofdstuk

4

De vergoeding van de audit

Artikel

22

Hoofdstuk

5

De heraudit

Artikel

23

Artikel

23a

Vervallen

Artikel

24

De heraudit wordt overeenkomstig de volgende eisen uitgevoerd:

Hoofdstuk

6

De auditinstellingen

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

De auditinstelling neemt op passende wijze deel aan de uitwisseling van ervaringen met andere auditinstellingen, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad voor Accreditatie.

Artikel

39

In het kwaliteitshandboek van de auditinstelling dient de volgende informatie te zijn opgenomen:

  • a.

    algemene informatie (naam, adressen, telefoonnummer enz. en wettelijke status);

  • b.

    verklaring van de leiding over haar beleid, doelstelling en betrokkenheid op het gebied van kwaliteit;

  • c.

    verklaring van de leiding die de in artikel 28, vierde lid, vermelde functionaris aanstelt;

  • d.

    beschrijving van de werkgebieden en bekwaamheden van de auditinstelling;

  • e.

    informatie over de verhoudingen tussen de auditinstelling en het moederbedrijf of verbonden organisaties, indien van toepassing;

  • f.

    organisatieschema('s);

  • g.

    beschrijving van de in artikel 27, tweede lid, bedoelde functies;

  • h.

    beleidsverklaring over de kwalificatie en opleiding van de in artikel 27, tweede lid, bedoelde functies;

  • i.

    procedures voor documentenbeheer;

  • j.

    procedures voor interne audits;

  • k.

    procedures voor terugkoppeling en corrigerende maatregelen;

  • l.

    procedures voor beoordelingen van het kwaliteitssysteem door de leiding;

  • m.

    procedures voor het actueel houden van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor;

  • n.

    andere procedures en voorschriften of verwijzingen naar andere procedures of voorschriften die in deze norm worden vereist;

  • o.

    verspreidingslijst van het kwaliteitshandboek.

Artikel

40

De auditor die het inhoudelijke deel van de audit uitvoert, voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de auditor beschikt over gedegen en aantoonbare kennis van de voor de audit relevante onderdelen uit de voorschriften zoals deze zijn beschreven in: de wet, het besluit, de regeling GBA, deze regeling, de systeembeschrijving, de Landelijke Tabellen, overige voor de verwerking van persoonsgegevens in de basisadministraties relevante regelgeving, het Handboek Uitvoeringsprocedures, het Handboek Operationele Procedures, de Kwaliteitsbrochures en de rubriek ‘Vragen en antwoorden aan de GBA Helpdesk’ in Burgerzaken en Recht;

  • b.

    de auditor beschikt over voldoende inzicht in de werking van geautomatiseerde systemen in het algemeen en van de verschillende GBA-applicaties in het bijzonder om vast te kunnen stellen of een steekproef uit de basisadministratie op de voorgeschreven wijze is getrokken, of het select verzamelen van persoonslijsten op de juiste wijze is geschied, om de persoonslijst op de juiste wijze te kunnen interpreteren en om vast te kunnen stellen dat een opgemerkte afwijking mogelijk niet als een fout moet worden geteld.

  • c.

    de auditor werkt zeer nauwgezet en snel en bezit de aantoonbare capaciteiten om afwijkingen in persoonslijsten te vinden.

Artikel

41

De auditor die het procesmatige en privacydeel van de audit uitvoert, of onder wiens verantwoordelijkheid die delen worden uitgevoerd, voldoet aan het volgende criterium: de auditor is Register EDP-auditor (RE), een Europees equivalent daarvan of Certified Information Systems Auditor (CISA).

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

42

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000. Artikel 22 van deze regeling werkt terug tot en met 1 juli 1999.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. vanBoxtel

Bijlage

1

Bijlage bij artikel 4 van de Regeling periodieke audit GBA

Lijst met select getrokken persoonslijsten bedoeld in artikel 4, derde lid

De vaststelling van de select getrokken persoonslijsten als bedoeld in artikel 4, geschiedt op de volgende wijze:

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Bijlage

4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.