Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het besluit: het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid;

  • b.

    de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • c.

    kinderopvang: het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen van 0 jaar tot de leeftijd waarop het primair onderwijs eindigt door anderen dan de eigen ouders, pleeg- of stiefouders op uren dat ouders of verzorgers hiervoor niet beschikbaar zijn;

  • d.

    dagopvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar;

  • e.

    buitenschoolse opvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd dat zij naar het primair onderwijs gaan met dien verstande dat naast verzorging en opvoeding ook toezicht en vrijetijdsactiviteiten worden aangeboden, waarbij in ieder geval opvang wordt geboden na school en in de schoolvakanties;

  • f.

    kindercentrum: kinderopvang buiten een gezinssituatie, alsmede kinderopvang binnen een gezinssituatie, indien de opvang betrekking heeft op gelijktijdig meer dan vier kinderen;

  • g.

    gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie, die tot stand komt door middel van een gastouderbureau en die betrekking heeft op gelijktijdig ten hoogste vier kinderen;

  • h.

    gastouderbureau: een organisatie die de bemiddeling van gastouderopvang tussen gastouders en ouders, pleeg- of stiefouders regelt;

  • i.

    koppeling: schriftelijke overeenkomst met ouder(s), pleeg- of stiefouder(s), waarin de omvang van de te bieden gastouderopvang is vastgelegd en waarbij die omvang minimaal gemiddeld vijf uren opvang per week omvat;

  • j.

    opvangplaats: aanbod van kinderopvang gedurende tenminste 1.050 uren buitenschoolse opvang dan wel 2.160 uren dagopvang per jaar in een kindercentrum of aanbod van gastouderopvang gedurende minimaal gemiddeld 5 uren per week waarbij het kindercentrum of het gastouderbureau door de gemeente gesubsidieerd wordt of waarbij de gemeente met het kindercentrum of het gastouderbureau een overeenkomst heeft gesloten tot het leveren van opvangplaatsen.

Artikel

2

Artikel

3

Het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen waarvoor aan een gemeente in 1997 een uitkering wordt verleend, bedraagt:

de som van

  • 33,48 maal het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar in de gemeente, zoals opgenomen in de tabel 'Leeftijdsopbouw per gemeente, 1 januari 1997' van de Maandstatistiek bevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek,

  • 8,01 maal het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente, zoals vermeld in kolom 3 van bijlage 7 van de circulaire van 23 juni 1997 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met kenmerk FO97/U875,

  • en 17,89 maal het aantal inwoners in de gemeente dat tot de minderheden behoort, waarmee bij de bevoorschotting van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 1997 voor de betaalmaand juli 1997 is gerekend,

gedeeld door 8.000.

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

4b

Artikel

4c

Een in 1997, 1998 of 1999 aan een gemeente verleende uitkering, de wijzigingen hiervan in verband met grenscorrecties, wordt verhoogd met een bedrag van € 1768,60 voor iedere opvangplaats die een gemeente op grond van artikelen 3, 4, 4a, 4b en 5, tweede lid, op 31 december 2002 heeft gerealiseerd en die op 31 december 2003 nog in exploitatie is.

Artikel

4d

Artikel

5

Artikel

6

Voor de verantwoording, bedoeld in artikel 50 van het besluit, worden gegevens verstrekt op een door de Minister vastgesteld verantwoordingsformulier.

Artikel

6a

De Minister kan de uitkering wijzigen in verband met wijziging van de indeling van gemeenten of grenscorrecties.

Artikel

6b

Aanvragen voor een vermeerdering van een uitkering als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, onder b, worden uiterlijk 1 oktober 2000 bij de Minister ingediend.

Artikel

6c

Aanvragen voor een vermeerdering van een uitkering als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, onder c, worden voor 1 november 2000 bij de Minister ingediend.

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004, met dien verstande dat zij tot en met 31 december 2004 van toepassing blijft op de uitkering, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, en van toepassing blijft op de financiële verantwoording en vaststelling van op grond van die regeling verleende uitkeringen.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris voornoemd, EricaTerpstra

Bijlage

behorende bij artikel 4b, achtste lid, van de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang

Gemeenten bedoeld in artikel 4b, achtste lid:

  • -

    Almelo;

  • -

    Amsterdam;

  • -

    Arnhem;

  • -

    Breda;

  • -

    Den Haag;

  • -

    Deventer;

  • -

    Dordrecht;

  • -

    Eindhoven;

  • -

    Enschede;

  • -

    Groningen;

  • -

    Haarlem;

  • -

    Heerlen;

  • -

    Helmond;

  • -

    Hengelo (Ov);

  • -

    's-Hertogenbosch;

  • -

    Leeuwarden;

  • -

    Leiden;

  • -

    Maastricht;

  • -

    Nijmegen;

  • -

    Rotterdam;

  • -

    Schiedam;

  • -

    Tilburg;

  • -

    Utrecht;

  • -

    Venlo;

  • -

    Zwolle.