Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 september 2000 houdende regelen krachtens welke de afgifte plaatsvindt van de in artikel 4, achtste lid, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf bedoelde verklaringen (Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid Assurantiebemiddelingsbedrijf 2000)

Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid Assurantiebemiddelingsbedrijf 2000

§

1

Begripsbepalingen

§

2

Verklaringen

Artikel

2

De raad geeft een verklaring op hun aanvraag af aan degenen die bij de afgifte een onmiddellijk redelijk belang hebben en tevens voldoen aan de in deze verordening omschreven vereisten.

Artikel

3

De raad geeft een verklaring slechts af indien de aanvrager, gezien zijn persoonlijke omstandigheden, in het verleden redelijkerwijs niet in de gelegenheid is geweest een hetzij krachtens artikel 4, achtste lid, eerste volzin, van de wet, hetzij krachtens artikel 5, derde lid, eerste volzin, van de Wet Assurantiebemiddeling 1952 aangewezen examendiploma te verwerven, en voorts van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich alsnog onderwerpt aan het examen ter verkrijging van zulk een diploma aangewezen krachtens artikel 4, achtste lid, eerste volzin, van de wet.

Artikel

4

Artikel

5

§

3

Vakproeven en Commissie Vakproeven

Artikel

6

§

4

Slotbepalingen

Artikel

7

De Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid Assurantiebemiddelingsbedrijf 1995 wordt ingetrokken.

Artikel

8

Deze verordening wordt geplaatst in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en in de Staatscourant.

Artikel

9

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant.

Artikel

10

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid Assurantiebemiddelingsbedrijf 2000.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter N.C.M. van Niekerk algemeen secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Financiën bij besluit van 21 december 2000, nr. FM/2000/1751U.