de eenheid bij de regionale politiekorpsen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen alsmede de eenheid bij het Korps landelijke politiediensten, bij de bijzondere ambtenaren van politie (rijksrecherche) en bij de Koninklijke marechaussee, belast met de taak, bedoeld in artikel 2;
b.
nationale criminele inlichtingen eenheid:
de eenheid bij de divisie Centrale Recherche Informatie van het Korps landelijke diensten als bedoeld in artikel 8;
c.
Ministers:
de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;
Criminele inlichtingen eenheden werken overeenkomstig deze regeling met elkaar samen.
2
De samenwerking tussen de criminele inlichtingen eenheden strekt tot een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke taakvervulling en bestaat in ieder geval uit:
a.
een uniforme gegevensverwerking als bedoeld in de artikelen 4 en 5;
b.
onderlinge gegevensuitwisseling als bedoeld in artikel 6;
c.
structurele gegevensverstrekking aan de nationale criminele inlichtingen eenheid als bedoeld in artikel 7.
Artikel
4
1
Criminele inlichtingen eenheden verrichten in ieder geval de volgende werkzaamheden:
a.
het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;
het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens;
d.
het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand daarvan:
Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
3
De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1, onder d, wordt uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen eenheid.
Criminele inlichtingen eenheden wisselen onderling, gevraagd en ongevraagd, criminele inlichtingen uit indien dit van belang kan zijn voor de uitvoering van de politietaak. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het modelformulier dat is opgenomen in bijlage I bij deze regeling.
2
Twee ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid worden aangewezen met het oog op de autorisatie als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van het Besluit politiegegevens ten aanzien van het bestand met criminele inlichtingen bij de overige criminele inlichtingen eenheden.
3
De verantwoordelijke draagt ervoor zorg voor dat aan de ingevolge het tweede lid aangewezen en hem bekendgemaakte ambtenaren van andere criminele inlichtingen eenheden autorisatie wordt verleend.
Artikel
7
1
Criminele inlichtingen eenheden stellen de nationale criminele inlichtingen eenheid in kennis van:
a.
criminele inlichtingen die van nationale of internationale betekenis zijn;
overige informatie die van belang kan zijn voor de landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de nationale criminele inlichtingen eenheid.
2
Ter uitvoering van het eerste lid, onder b, en met het oog op de verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage II van deze regeling maken de criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
Artikel
8
1
De nationale criminele inlichtingen eenheid registreert:
a.
criminele inlichtingen, voorzover deze gegevens van nationale of internationale betekenis zijn;
codes die zijn toegewezen in het kader van de registratie als bedoeld in artikel 5.
2
De nationale criminele inlichtingen eenheid analyseert de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, en verstrekt mede aan de hand daarvan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, aan hen die daarop bij of krachtens de Wet politiegegevens aanspraak kunnen maken.
Artikel
9
1
De ambtenaar die deel uit maakt van een criminele inlichtingen eenheid voldoet aan de eindtermen van de door de Ministers aan te wijzen vervolgopleiding.
2
De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat de kennis en vaardigheden van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, worden onderhouden op minimaal het niveau van de aan de in het eerste lid bedoelde eindtermen.
artikel
10
1
De verantwoordelijke bepaalt de termijn gedurende welke de ambtenaar die belast is met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, ononderbroken deel uitmaakt van een criminele inlichtingen eenheid.
2
De termijn, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.
3
Voor de ambtenaar die voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangesteld, gaat de termijn, bedoeld in het eerste lid, in op het tijdstip, bedoeld in het artikel 13, eerste lid.
Artikel
11
1
De bij de criminele inlichtingen eenheid in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele inlichtingen eenheid, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de CIE-officier van justitie.
2
In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpsbeheerder aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid.
3
Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
Artikel
12
De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat onbevoegde kennisneming van criminele inlichtingen en informantgegevens niet kan plaatsvinden. In dat kader ziet de verantwoordelijke erop toe dat:
a.
deze informatie niet door onbevoegden waarneembaar is;
b.
deze informatie niet zonder toestemming wordt vermenigvuldigd of vernietigd dan wel uit de vertrekken, bedoeld in artikel 11, wordt meegenomen;
c.
informatiedragers op afdoende wijze vernietigd kunnen worden;
d.
toegang tot geautomatiseerde registers wordt beveiligd met een gebruikersnaam en periodiek wisselende wachtwoorden;
e.
bij geautomatiseerd transport van criminele inlichtingen voldoende beveiligingsmaatregelen worden getroffen;
f.
bij gebruik van een netwerksysteem voldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen tegen het verloren gaan van de informatie en ter voorkoming van onbevoegde bevraging.
Artikel
13
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2000.
2
Op het tijdstip, genoemd in het eerste lid, wordt de CID-regeling 1995 ingetrokken.