Besluit van 22 november 2000, houdende de vaststelling van de landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing en nadere regels omtrent het ontwikkelingsprogramma (Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing)

Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 juli 2000, nr. MJZ2000083097, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 31 augustus 2000, nr. W08.00.0305/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 november 2000, nr. MJZ2000127856, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet stedelijke vernieuwing;

  • b.

    A-woningen: woningen die op 1 maart 1986 een geluidbelasting vanwege een weg ondervonden van ten minste 65 dB(A), dan wel ten minste 60 dB(A) indien zij deel uitmaken van een verzameling van woningen waarvan ten minste één woning een geluidbelasting vanwege een weg ondervond van ten minste 65 dB(A);

  • c.

    railwoningen: woningen die op 1 juli 1987 een geluidbelasting ondervonden van meer dan 65 dB(A) vanwege een op die datum aanwezige spoorweg en

  • d.

    toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet.

Hoofdstuk

2

De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing

Artikel

2

De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing zijn:

  • a.

    vergroting van de variatie en differentiatie van woonmilieus;

  • b.

    huisvesting van specifieke bevolkingsgroepen die moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting;

  • c.

    tegengaan van onvrijwillige segregatie;

  • d.

    verbetering van de omgevingskwaliteit;

  • e.

    zorgvuldig, duurzaam en intensief ruimtegebruik;

  • f.

    behoud van cultuurhistorische waarden;

  • g.

    verbetering van de fysieke voorwaarden voor economische activiteit;

  • h.

    verbetering van de milieukwaliteit en

  • i.

    versterking van de sociale infrastructuur.

Hoofdstuk

3

Nadere regels omtrent de eisen aan het ontwikkelingsprogramma

Artikel

3

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 13 november 1999 ingediende voorstel van wet ter stimulering van integrale stedelijke vernieuwing (Wet stedelijke vernieuwing) (kamerstukken I 1999/2000, 26 884, nr. 277), na tot wet te zijn verheven, in werking treedt, en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel

5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
De Minister van Justitie, A. H. Korthals