Besluit van 28 november 2000 houdende regels voor het bezit en vervoer van en de handel in beschermde dier- en plantensoorten (Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten)

Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 februari 2000, nr. TRCJZ/2000/1689, Directie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora- en fauna (PbEG L 206);
De Raad van State gehoord (advies van 26 mei 2000, nr. W11.00.0064/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 21 november 2000, nr. TRCZ/2000/9599, Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1:

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Flora- en faunawet;

  • b.

    gesloten pootring: individueel gemerkte, naadloze, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt;

  • c.

    basisverordening: verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);

  • d.

    Habitatrichtlijn: richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206);

  • e.

    Vogelrichtlijn: richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20);

  • f.

    verordening (EG) nr. 1007/2009: verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU 2009, L 286);

  • g.

    verordening (EU) nr. 737/2010: verordening (EU) nr. 737/2010 van de Commissie van 10 augustus 2010 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU 2010, L 216).

Artikel

2

Artikel

2a

In totaal kunnen ten hoogste 200 ontheffingen worden verleend voor het onder zich hebben van gefokte jachtvogels ten behoeve van de uitoefening van de jacht en de uitoefening van bevoegdheden toegekend in het kader van beheer en schadebestrijding.

Artikel

2b

Artikel

2c

Artikel

2d

Artikel

3

Met uitzondering van de artikelen 11, 14 en 14a en de hoofdstukken 3 tot en met 5 is dit besluit niet van toepassing op planten of producten van planten, noch op dieren of eieren, nesten of producten van dieren, behorende tot soorten genoemd in de bijlagen van de basisverordening.

Hoofdstuk

2:

Vrijstellingen voor bezit, vervoer en handel

§

1

Vrijstelling voor gehouden dieren

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De vrijstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, geldt eveneens voor gefokte vogels die voorzien zijn van een ander merkteken dan bedoeld in artikel 6, eerste lid, dat door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland, of een door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie is afgegeven, en voldoet aan de eisen die bij ministeriële regeling gesteld zijn.

Artikel

8

Door Onze Minister wordt een administratie bijgehouden waaruit blijkt aan wie, wanneer en met welke maten en registratienummers gesloten pootringen als bedoeld in artikel 6 zijn verstrekt.

Artikel

8a

§

2

Vrijstelling voor planten

Artikel

9

Artikel

9a

De verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, van in dat artikel bedoelde planten of dieren gelden niet ten aanzien van de grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) voorzover die handelingen ten doel hebben planten behorende tot die soort te verdelgen.

§

3

Vrijstelling voor wild

Artikel

10

De verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, gelden niet ten aanzien van producten van wild:

  • a.

    gedurende het tijdvak van de opening tot en met de tiende dag na de sluiting van de jacht op dat wild, dan wel;

  • b.

    gedurende het tijdvak vanaf de elfde dag na de sluiting tot de opening van de jacht op dat wild,

indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V, titel II, van de wet, dan wel op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.

§

4

Vrijstelling voor dieren die in het kader van beheer of bestrijding van schade zijn gedood of elders dan in Nederland zijn verkregen

Artikel

11

§

5

Vrijstelling voor klapmuts en zadelrob

Artikel

12

Vervallen

§

6

Overige vrijstellingen

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

14a

Artikel

15

Vervallen

Artikel

16

Hoofdstuk

3:

Overige vrijstellingen ten behoeve van het maatschappelijk verkeer

Artikel

16b

Artikel

16c

Artikel

16d

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 16b, eerste lid, en ten aanzien van de goedkeuring van gedragscodes als bedoeld in artikel 16c waarbij onder andere onderscheid kan worden gemaakt tussen beschermde inheemse soorten.

Artikel

16e

Artikel

16f

Het verbod, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, geldt niet ten aanzien van het binnen de bebouwde kom vangen van verwilderde katten (Felis catus) en verwilderde duiven (Columba livia forma domestica) met vangkooien.

Artikel

16g

De verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, gelden niet ten aanzien van de afvoer van planten en producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, in verband met werkzaamheden als bedoeld in artikel 16b, eerste lid, die verricht worden in overeenstemming met artikel 16b en de nadere regels die op grond van artikel 16d zijn gesteld.

Artikel

16ga

Het verbod, bedoeld in artikel 9 van de wet, geldt niet ten aanzien van het niet-opzettelijk doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren, behorende tot beschermde inheemse diersoorten als bedoeld in artikel 4 van de wet, indien die handelingen verband houden met de aanleg of exploitatie van:

  • a.

    voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd of

  • b.

    hoogspanningsverbindingen.

Hoofdstuk

4:

Vrijstellingen voor het uitzetten van dieren

Artikel

16h

Hoofdstuk

5:

Overige bepalingen

Artikel

17

Ter uitvoering van artikel 12 van de basisverordening worden bij ministeriële regeling plaatsen aangewezen waar planten behorende tot beschermde inheemse of uitheemse plantensoorten of dieren behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, alsmede producten van die planten of producten of eieren van die dieren, vanuit derde landen het grondgebied van Nederland dienen te worden binnengebracht en vanuit Nederland naar derde landen worden uitgevoerd.

Artikel

17a

Artikel

18

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het voeren van een administratie en verstrekken van gegevens met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van dieren of planten, dan wel producten van die planten of producten of eieren van die dieren.

Hoofdstuk

6:

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

19

Artikel

20

Een wijziging van de in dit besluit genoemde verordening geldt voor de toepassing van dit besluit met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsverordening in werking treedt.

Artikel

21

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

22

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G. H. Faber
De Minister van Justitie, A. H. Korthals

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten

ZOOGDIEREN

Boommarter

Martes martes

Das

Meles meles

Eikelmuis

Eliomys quercinus

Gewone zeehond

Phoca vitulina

Veldspitsmuis

Crocidura leucodon

Waterspitsmuis

Neomys fodiens

REPTIELEN

Adder

Vipera berus

Hazelworm

Anguis fragilis

Ringslang

Natrix natrix

AMFIBIEËN

Vinpootsalamander

Triturus helveticus

Vuursalamander

Salamandra salamandra

VISSEN

Beekprik

Lampetra planeri

Bittervoorn

Rhodeus cericeus

Elrits

Phoxinus phoxinus

Gestippelde alver

Alburnoides bipunctatus

Grote modderkruiper

Misgurnus fossilis

Rivierprik

Lampetra fluviatilis

DAGVLINDERS

Bruin dikkopje

Erynnis tages

Dwergblauwtje

Cupido minimus

Dwergdikkopje

Thymelicus acteon

Groot geaderd witje

Aporia crataegi

Grote ijsvogelvlinder

Limenitis populi

Heideblauwtje

Plebejus argus

Iepepage

Strymonidia w-album

Kalkgraslanddikkopje

Spialia sertorius

Keizersmantel

Argynnis paphia

Klaverblauwtje

Cyaniris semiargus

Purperstreepparelmoervlinder

Brenthis ino

Rode vuurvlinder

Palaeochrysophanus hippothoe

Rouwmantel

Nymphalis antiopa

Tweekleurig hooibeestje

Coenonympha arcania

Veenbesparelmoervlinder

Bolaria aquilonais

Veenhooibeestje

Coenonympha tullia

Veldparelmoervlinder

Melitaea cinxia

Woudparelmoervlinder

Melitaea diamina

Zilvervlek

Clossiana euphrosyne

PLANTEN

Groot zeegras

Zostera marina

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Ekster

Pica pica

Holenduif

Columba oenas

Huismus

Passer domesticus

Kauw

Corvus monedula

Knobbelzwaan

Cygnus olor

Kokmeeuw

Larus ridibundus

Mol

Talpa europaea

Rietgans

Anser fabalis

Roek

Corvus frugilegus

Spreeuw

Sturnus vulgaris

Turkse tortel

Streptopelia decaocto

Veldmuis

Microtus arvalis

Vlaamse gaai

Garrulus glandarius

Vos

Vulpes vulpes

Waterhoen

Gallinula chloropus

Zilvermeeuw

Larus argentatus

Zwarte kraai

Corvus corone corone

Bijlage

3

als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten

Alpensneeuwhoen

Lagopus mutus

Auerhoen

Tetrao urogallus

Barbarijse patrijs

Alectoris barbara

Bokje

Lymnocryptes minimus

Damhert

Dama dama

Edelhert

Cervus elaphus

Eidereend

Somateria mollissima

Fazant

Phasianus colchicus

Goudplevier

Pluvialis apricaria

Grauwe gans

Anser anser

Haas

Lepus europaeus

Houtduif

Columba palumbus

Houtsnip

Scolopax rusticola

Kolgans

Anser albifrons

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Korhoen (Britse populaties)

Tetrao tetrix (Britse populaties)

Kuifeend

Aythya fuligula

Meerkoet

Fulica atra

Moerassneeuwhoen

Lagopus lagopus

Patrijs

Perdix perdix

Pijlstaart

Anas acuta

Ree

Capreolus capreolus

Rode patrijs

Alectoris rufa

Slobeend

Anas clypeata

Smient

Anas penelope

Tafeleend

Aythya ferina

Toppereend

Aythya marila

Watersnip

Gallinago gallinago

Wild zwijn

Sus scrofa

Wilde eend

Anas platyrhynchos

Wintertaling

Anas crecca

Zwarte zee-eend

Melanitta nigra