Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de minister van Verkeer en Waterstaat;
een concessieverlener als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000;
periode van aanvang tot einde van de dagdienst tot aanvang van de aansluitende nachtdienst;
een periode van zeven aaneensluitende dagen;
een periode van een maand die aanvangt op de eerste dag van geldigheid van het nationale vervoerbewijs met dien verstande dat een periode die aanvangt op 30 of 31 januari, eindigt op de laatste dag van februari;
een periode van een jaar ingaande op de eerste dag van geldigheid met dien verstande dat de periode die aanvangt op 29 februari, eindigt op 28 februari van het daaropvolgende jaar;
een vervoerkundig gebied bestaande uit een of meer openbaar vervoerverbindingen;
een kaart van Nederland waarop de zones voor openbaar vervoer staan aangegeven;
een volgens de zonekaart genummerd geografisch gebied in Nederland;
het nummer van een zone volgens de zonekaart;
een persoon in de leeftijd van vier tot en met elf jaar;
een persoon in de leeftijd van twaalf tot en met achttien jaar;
een door de gemeente van afgifte geautoriseerde landelijke identiteitskaart voor ouderen;
de houders van een pas 65 of van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht of van een paspoort uit een van de overige lidstaten van de Europese Unie, waaruit de leeftijd van 65 jaar of ouder blijkt;
vervoerbewijs waarmee de reiziger zich na elektronische registratie toegang kan verschaffen tot het openbaar vervoer.