Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer

Hoofdstuk

I

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de minister van Verkeer en Waterstaat;

b.
concessieverlener:

een concessieverlener als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000;

c.
nationaal vervoerbewijs:

een bewijs als bedoeld in artikel 3;

d.
dag:

periode van aanvang tot einde van de dagdienst tot aanvang van de aansluitende nachtdienst;

e.
week:

een periode van zeven aaneensluitende dagen;

f.
maand:

een periode van een maand die aanvangt op de eerste dag van geldigheid van het nationale vervoerbewijs met dien verstande dat een periode die aanvangt op 30 of 31 januari, eindigt op de laatste dag van februari;

g.
jaar:

een periode van een jaar ingaande op de eerste dag van geldigheid met dien verstande dat de periode die aanvangt op 29 februari, eindigt op 28 februari van het daaropvolgende jaar;

h.
gebied:

een vervoerkundig gebied bestaande uit een of meer openbaar vervoerverbindingen;

i.
zonekaart:

een kaart van Nederland waarop de zones voor openbaar vervoer staan aangegeven;

j.
zone:

een volgens de zonekaart genummerd geografisch gebied in Nederland;

k.
zonenummer:

het nummer van een zone volgens de zonekaart;

l.
kind:

een persoon in de leeftijd van vier tot en met elf jaar;

m.
jeugdige:

een persoon in de leeftijd van twaalf tot en met achttien jaar;

n.
pas 65:

een door de gemeente van afgifte geautoriseerde landelijke identiteitskaart voor ouderen;

o.
ouderen:

de houders van een pas 65 of van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht of van een paspoort uit een van de overige lidstaten van de Europese Unie, waaruit de leeftijd van 65 jaar of ouder blijkt.

Artikel

2

Hoofdstuk

II

Geldigheid en tarieven nationale vervoerbewijzen

§

1

Kaartassortiment

Artikel

3

Nationale vervoerbewijzen zijn:

Artikel

4

Artikel

5

§

2

Vaststelling gebieden

Artikel

6

Artikel

7

Een verzoek als bedoeld in artikel 6 bevat ten minste:

  • a.

    de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen,

  • b.

    een aanduiding van de zone, de lijnen en de lijnnummers die het betreft,

  • c.

    een berekening waaruit blijkt dat aan artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, is voldaan, ofwel een beschrijving van het vervoer, bedoeld in artikel 6, derde lid, en

  • d.

    de nationale vervoerbewijzen waarvoor het verzoek wordt gedaan.

Artikel

8

Indien bij het openbaar vervoer waarop het verzoek betrekking heeft, meer concessieverleners zijn betrokken, wordt het verzoek door hen gezamenlijk gedaan.

Artikel

9

Onze Minister beslist op het verzoek binnen 3 maanden na ontvangst.

§

3

Zone-indeling

Artikel

10

Artikel

11

Indien bij de zones waarop een verzoek tot wijziging van de zone-indeling betrekking heeft, meer concessieverleners zijn betrokken, wordt het verzoek door hen gezamenlijk ingediend.

Artikel

12

Onze Minister beslist op het verzoek binnen 4 maanden na ontvangst.

Hoofdstuk

III

Kaartcategorieën

§

1

Strippenkaarten

Artikel

13

Een strippenkaart bestaat uit een kaart met 45, 15, 8, 3 of 2 strippen.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Na stempeling is een strippenkaart geldig op de dag, overeenkomstig de stempelafdruk, gedurende:

  • a.

    één uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 2 tot en met 4 strippen;

  • b.

    anderhalf uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 5 tot en met 7 strippen;

  • c.

    twee uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 8 tot en met 10 strippen;

  • d.

    drie uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 11 tot en met 16 strippen;

  • e.

    drieënhalf uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 17 tot en met 20 strippen.

§

2

Landelijke en stedelijke dagkaarten

Artikel

18

Artikel

19

De landelijke dagkaart is geldig op de dag van afstempeling.

Artikel

20

Een zomerzwerfkaart is een landelijke dagkaart en bestaat uit een kaart met 1 strip.

Artikel

21

De zomerzwerfkaart is geldig op de dag van afstempeling die is gelegen binnen een door de minister jaarlijks vast te stellen periode van het jaar.

Artikel

22

Artikel

23

§

3

Sterabonnementen

Artikel

24

Artikel

25

Een sterabonnement wordt afgegeven tegen de prijs die geldt op de eerste dag van de geldigheidsduur.

Artikel

26

Artikel

27

Een sterabonnement is na het aanbrengen van de centrumzone en de geldigheidsduur op de abonnementskaart geldig gedurende de geldigheidsduur voor de op die abonnementskaart vermelde centrumzone en een of meer door de sterwaarde bepaalde aangrenzende zones.

Artikel

27a

Een sterabonnement met een geldigheidsduur van een jaar kan gedurende die periode worden omgewisseld voor een jaarabonnement met een hoger aantal sterwaarden. De centrumzone kan hierbij worden gewijzigd.

Artikel

28

Artikel

29

Bij verlies of diefstal van een sterabonnement met een geldigheidsduur van ten minste een jaar wordt een duplicaat verstrekt na overlegging van een kopie van aangifte van vermissing.

§

4

Netabonnementen

Artikel

30

Artikel

31

Een netabonnement is na het aanbrengen van de geldigheidsduur op de abonnementskaart, geldig voor openbaar vervoer gedurende de op die abonnementskaart vermelde geldigheidsperiode.

§

5

Combinatie-abonnementen

Artikel

33

Artikel

34

Een combinatie-sterabonnement wordt afgegeven tegen de prijs die geldt op de eerste dag van de geldigheidsduur.

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

Het combinatie-netabonnement is geldig voor openbaar vervoer gedurende de op de abonnementskaart aangegeven geldigheidsduur.

Artikel

40

§

6

Zomertoerpluskaart

Artikel

41

Artikel

42

De zomertoerpluskaart is geldig gedurende een op de kaart vermelde periode van 10 dagen in de periode, bedoeld in artikel 41, tweede lid, op ten hoogste drie afgestempelde dagen.

§

7

OV-studentenkaart

Artikel

43

Een OV-studentenkaart is een nationaal vervoerbewijs voor openbaar vervoer dat is verstrekt aan degene aan wie een reisvoorziening op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000 is toegekend.

Hoofdstuk

IV

Slotbepalingen

Artikel

45

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 4, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Bijlage

1

behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer

Modellen nationale vervoerbewijzen

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2002/246

Bijlage

2

behorende bij artikel 5, tweede lid, van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer

Tarieven nationale vervoerbewijzen

  • 1.

    Voor strippenkaarten gelden tarieven, als opgenomen in onderstaande tabel:

    Kaartsoort

    Vol tarief

    Reductie-tarief

    a. 2 strippen

    € 1,60

    -

    b. 3 strippen

    € 2,40

    -

    c. 8 strippen

    € 6,40

    -

    d. 15 strippen

    € 6,20

    € 3,90

    e. 45 strippen

    € 18,30

    -

  • 2.

    Het reductietarief, genoemd onder 1, is geldig voor kinderen, ouderen, voor houders van een OV-studentenkaart tijdens de periode waarin reizen met reductie is toegestaan, alsmede voor het vervoer van fietsen en levende dieren als bedoeld in artikel 46, derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.

  • 3.

    Voor de landelijke dagkaart is een tarief verschuldigd van € 12,80.

  • 4.

    Voor de stedelijke dagkaart is een tarief verschuldigd van € 6,40.

  • 5.

    Voor abonnementen met een geldigheidsduur van een week is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Kaartsoort

    Vol tarief

    Reductie-tarief

    a. 1 ster

    € 9,30

    € 5,90

    b. 2 ster

    €15,95

    € 10,10

    c. 3 ster

    € 23,80

    € 15,10

    d. 4 ster

    -

    € 19,80

    e. 5 ster

    -

    € 24,75

    f. 6 ster

    -

    € 29,70

    g. netabonnement

    -

    € 34,90

  • 6.

    Voor abonnementen met een geldigheidsduur van een maand zijn tarieven verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Kaartsoort

    Vol tarief

    Reductietarief

    a. 1 ster

    € 30,75

    € 19,50

    b. 2 ster

    € 52,20

    € 33,05

    c. 3 ster

    € 77,60

    € 49,15

    d. 4 ster

    € 103,25

    € 65,40

    e. 5 ster

    € 128,60

    € 81,45

    f. 6 ster

    € 154,10

    € 97,65

    g. netabonnement

    € 182,75

    € 115,80

  • 7.

    Voor abonnementen met een geldigheidsduur van een jaar bedraagt het verschuldigde tarief tien maal het tarief dat de reiziger verschuldigd is voor een abonnement met een geldigheidsduur van een maand.

    Indien het abonnement wordt omgewisseld als bedoeld in artikel 27a, is het prijsverschil voor de nog resterende maanden, minus de twee gratis maanden, verschuldigd. een deel van de maand wordt hierbij als een volledige maand gerekend. Het prijsverschil wordt berekend op basis van de tarieven die golden op de ingangsdatum van het abonnement.

  • 8.

    Het reductietarief voor de abonnementen geldt voor kinderen, jeugdigen, ouderen, alsmede voor fietsen en levende dieren als bedoeld in artikel 46, derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.

  • 9.

    Voor een combinatie-netabonnement met een geldigheidsduur van een dag is een tarief verschuldigd van € 4,50.

  • 10.

    Voor een combinatie-abonnementen met een geldigheidsduur van een maand is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel

    Maandkaart

    Tarief

    a.1 ster

    € 21,50

    b. 2 ster

    € 32,00

    c. 3 ster

    € 43,50

    d. netabonnement

    € 55,00

  • 11.

    Voor combinatie-abonnementen met een geldigheidsduur van een jaar zijn tarieven verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Jaarkaart

    Tarief

    a. 1 ster

    € 227,00

    b. 2 ster

    € 341,00

    c. 3 ster

    € 454,50

  • 12.

    Voor combinatie-netabonnementen met een geldigheidsduur van een jaar is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Stad/streekdeel OV-jaarkaart

    Tarief

    a. 1 persoon

    € 433,50

    b. 2 personen

    € 496,50

    c. 3 personen

    € 518,00

    d. 4 personen

    € 531,00

    e. 5 personen

    € 541,50

    f. 6 of meer personen

    € 552,00

    g. bedrijven

    € 506,00

  • 13.

    Voor de zomertoerpluskaart is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Zomertoerpluskaart

    Tarief

    a. 1 persoon

    € 10,00

    b. 2 personen

    € 14,00

  • 14.

    Voor de OV-Studentenkaart is een tarief verschuldigd van € 0,00

  • 15.

    Voor de zomerzwerfkaart is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:

    Zomerzwerfkaart

    Tarief

    a. voltarief

    € 8,20

    b. reductietarief

    € 5,40

Bijlage

3

behorende bij artikel 6 van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer

  • A.

    Gebieden als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

    Met uitzondering van de OV-studentenkaart en combinatie-netabonnementen met de geldigheidsduur van een jaar, zijn nationale vervoerbewijzen niet geldig in de gebieden:

    • 1.

      Interlinertraject 300 Groningen - Emmen v.v.

    • 2.

      Interlinertraject 301 Groningen - Veendam v.v.

    • 3.

      Interlinertraject 310 Drachten - Bolsward v.v.

    • 4.

      Interlinertraject 314 Groningen - Drachten v.v.

    • 5.

      Interlinertraject 315 Groningen - Lelystad v.v.

    • 6.

      Interlinertraject 330 Zwolle - Lelystad v.v.

    • 7.

      Vervallen

    • 8.

      Interlinertraject 336 Ede/Wageningen - Arnhem v.v.

    • 9.

      Interlinertraject 350 Alkmaar - Leeuwarden - Drachten v.v.

    • 10.

      Interlinertraject 351 Alkmaar - Leeuwarden v.v.

    • 11.

      Interlinertraject 355 Hoorn - Den Helder v.v.

    • 12.

      Interlinertraject 362 Haarlem - Schiphol v.v.

    • 13.

      Interlinertraject 370 Alphen a/d Rijn - Amsterdam v.v.

    • 14.

      Vervallen

    • 15.

      Vervallen

    • 16.

      Interlinertraject 387 Gorinchem - Utrecht v.v.

    • 17.

      Interlinertraject 388 Dordrecht - Utrecht v.v.

    • 18.

      Interlinertraject 395 Renesse - Rotterdam v.v.

    • 19.

      Interlinertraject 400 Oosterhout - Utrecht v.v.

    • 20.

      Interlinertraject 401 Breda - Utrecht v.v.

    • 21.

      Interlinertraject 410 Eindhoven - Nijmegen v.v.

    • 22.

      Vervallen

    • 23.

      Interlinertraject 412 Arnhem - Nijmegen v.v.

    • 24.

      Interlinertraject 415 Helden/Panningen - Venray v.v.

    • 25.

      Interlinertraject 420 Sittard - Stein - Vaals v.v.

    • 26.

      Interlinertraject 421 Sittard - Geleen - Vaals v.v.

    • 27.

      Interlinertraject 422 Sittard - Heerlen - Kerkrade v.v.

    • 28.

      Interlinertraject 423 Sittard - Brunssum - Kerkrade v.v.

    • 29.

      Agglolinertraject 506 Groningen - Ten Boer v.v.

    • 30.

      Agglolinertraject 507 Groningen - Bedum v.v.

    • 31.

      Agglolinertraject 516 Groningen - Leek v.v.

    • 32.

      Agglolinertraject 517 Groningen - Roden v.v.

    • 33.

      Agglolinertraject 518 Groningen - Zuidlaren v.v.

  • B.

    Gebieden als bedoeld in artikel 6, derde lid.

    Het vervoerkundige gebied van de gemeenten Landerd, Grave en Mill en Sint Hubert.