Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
De personen werkzaam bij de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam die de functie vervullen van:
Parkeercontroleur, Handhaving; Parkeercontroleur, Wegslepen; Controleur B, Handhaving; Controleur C, Handhaving; Parkeercontroleur, afdeling Parkeergebouwen; Verhoorambtenaar, Centrale Bonnenafhandeling; Chef Fiscale Controle, Handhaving; Chef Wegslepen; Kraanwagenchauffeur in de 3e fase, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De hiervoor vermelde functies/functiebenamingen, zullen alle onder de zo door mij binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen `Akten van beëdiging' worden betiteld als de functie van parkeercontroleur.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening of andere verordeningen van de nagenoemde gemeente waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar dient functie van parkeercontroleur uitoefent, voorzover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
De directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Het Besluit BOA parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam d.d. 30 januari 1996, kenmerk 96/6025-7734/Asd, nadien gewijzigd bij besluit d.d. 20 september 1996, kenmerk 95/6025-7734/B Asd, en laatstelijk bij besluit d.d. 18 december 1997, kenmerk 97/6025-7734/C Asd, wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2000 en vervalt op 31 december 2005.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.