Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
De ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, 1e lid, onder b, van de Politiewet 1993, werkzaam als medewerker centrale opvang bij de regiopolitie Zaanstreek-Waterland zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De Korpschef van regiopolitie Zaanstreek-Waterland brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de staatscourant waarin het is geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Zaanstreek-Waterland 2000.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en het Algemeen Politieblad.