Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, 1e lid, onder b, van de Politiewet 1993, werkzaam als medewerker centrale opvang bij de regiopolitie Haaglanden zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De Korpschef van regiopolitie Haaglanden brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar politie Haaglanden 1995 wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot de aan de in die akten en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 28 december 2000 en vervalt op 28 december 2005.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Haaglanden 2001.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.