Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Haaglanden 2001

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat;
Gelezen het verzoek van de regiopolitie Haaglanden d.d. 8 november 2000 en het daaropvolgende advies van de hoofdofficier van justitie te Den Haag d.d. 15 januari 2001;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, 1e lid, onder b, van de Politiewet 1993, werkzaam als medewerker centrale opvang bij de regiopolitie Haaglanden zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot de aan de in die akten en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 28 december 2000 en vervalt op 28 december 2005.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Haaglanden 2001.

Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd., H.Gerritse