Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Utrecht 2001

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat;
Gelezen het verzoek van de Korpschef van de regiopolitie Utrecht, d.d. 24 januari 2001 en het daaropvolgende advies van de hoofdofficier van justitie te Utrecht, d.d. 31 januari 2001;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het Besluit BOA, medewerkers centrale opvang/publieksopvang in de politieregio Utrecht, Nr. 95/6025-7564/Asd, d.d. 18 december 1995, alsmede de daaropvolgende wijzigingsbesluiten worden ingetrokken.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op basis van de in artikel 7 van dit besluit omschreven besluiten, zijn van kracht tot de aan de in die akten en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 6 januari 2001 en vervalt op 6 januari 2006.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers centrale opvang regiopolitie Utrecht 2001.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in het Algemeen Politieblad.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd., H.Gerritse