Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2

De Minister van Economische Zaken;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de Minister van Economische Zaken;

b.
experimentele faciliteit:
  • 1º.

    apparatuur ten behoeve van het op korte termijn verrichten van toepassingsgericht onderzoek dat ondersteunend en versterkend is voor de uitvoering van de projecten van de ICES-KIS-2-instellingen en essentieel is voor vernieuwende kennisopbouw, en

  • 2º.

    programmatuur die nodig is voor het gebruik of de aansturing van de onder 1° bedoelde apparatuur, die speciaal ontwikkeld is voor en een geheel vormt met die apparatuur;

c.
toepassingsgericht onderzoek:

onderzoek dat leidt tot het opdoen van nieuwe kennis met als doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren;

d.
financieringsvoorstel:

het plan voor de financiering en exploitatie van de experimentele faciliteit;

e.
intentieverklaring:

een ondertekende verklaring van een ondernemer dat hij het voornemen heeft om tegen een kostendekkend tarief gebruik te maken van de experimentele faciliteit onder vermelding van het tijdsbeslag overeenkomstig het model in bijlage 3;

f.
kennisinstelling:
g.
onderzoekinstelling:

een rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die een onderneming in stand houdt, die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden, zonder industriële of commerciële doelstellingen;

h.
ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

i.
samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit meerdere kennisinstellingen;

j.
ICES-KIS-verklaring:

een ondertekende verklaring van een ICES-KIS-2-instelling waaruit blijkt dat zij onderschrijft dat de experimentele faciliteit aanvullend en versterkend werkt voor een project van die ICES-KIS-2-instelling, en waarin ten minste aan de orde komt:

  • 1º.

    welke knelpunten op het terrein van het project van de ICES-KIS-2-instelling door de experimentele faciliteit kunnen worden opgelost en op welke manier,

  • 2º.

    waarom deze knelpunten niet kunnen worden opgelost door alternatieven,

  • 3º.

    welk deel van het project van de ICES-KIS-2-instelling enkel met behulp van de experimentele faciliteit kan worden uitgevoerd;

k.
ICES-KIS-2-instelling:

Stichting Biomade, Stichting Connekt, Stichting Delft Cluster, Stichting Habiforum, Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem, Stichting Ketennetwerken, Clusters en ICT, Stichting Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling, Stichting Surf, penvoerder voor Gigaport, en N.V. Wetenschaps- en Technologiecentrum Watergraafsmeer.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bedraagt f 25.000.000,00.

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

7

Artikel

8

De minister geeft een beschikking binnen zestien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid.

Artikel

9

Artikel

10

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b.

    gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen de experimentele faciliteit niet kunnen financieren;

  • c.

    uit de intentieverklaringen bij het financieringsvoorstel onvoldoende belangstelling blijkt voor het gebruik van de experimentele faciliteit door ondernemers;

  • d.

    op grond van het onderzoeksprogramma van de aanvrager niet aannemelijk is dat de experimentele faciliteit ingezet zal worden bij de uitvoering van dit programma;

  • e.

    hij het aannemelijk acht, dat de experimentele faciliteit ook zonder subsidie rendabel kan worden geëxploiteerd;

  • f.

    hij het onaannemelijk acht, dat de experimentele faciliteit binnen 18 maanden na de datum van subsidieverlening operationeel zal zijn;

  • g.

    uit de ICES-KIS-verklaring onvoldoende blijkt dat een ICES-KIS-2-instelling onderschrijft dat de experimentele faciliteit aanvullend en versterkend werkt voor een project van een ICES-KIS-2-instelling.

Artikel

11

Artikel

12

§

3

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 14 en 17 voorschriften verbinden.

Artikel

19

De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

  • a.

    de instandhouding of verspreiding van door het gebruik van de experimentele faciliteit opgedane kennis;

  • b.

    het verlenen van medewerking aan evaluatie van deze regeling.

§

4

Voorschotten

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

23

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

6

Slotbepalingen

Artikel

24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

25

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 5, die ter inzage worden gelegd bij de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Economische Zaken voor technologie, energie en milieu, Senter, Grote Marktstraat 43, 's-Gravenhage.

De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

Bijlage

1

  • 1.

    de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland

  • 2.

    de Stichting Grondmechanica Delft

  • 3.

    de Stichting Maritiem Research Instituut Nederland

  • 4.

    de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium

  • 5.

    de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO

  • 6.

    de Stichting Waterloopkundig Laboratorium

  • 7.

    de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek

  • 8.

    de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

  • 9.

    de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

  • 10.

    de Stichting Dutch Polymer Institute

  • 11.

    de Stichting Netherlands Institute for Metals Research

  • 12.

    de Stichting Top-Instituut Voedselwetenschappen

  • 13.

    de Stichting Telematica Instituut

  • 14.

    de Stichting Nederlands Instituut voor Zuivel Onderzoek

  • 15.

    de Stichting Hout Research te Wageningen

  • 16.

    het Nederlands Kanker Instituut