Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
niet-fysieke stadseconomie: hetgeen daaronder wordt verstaan in het doorstartconvenant grotestedenbeleid, dat als bijlage is gevoegd bij de brief van 4 december 1998 van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 1998/99, 21 062, nr. 77);
-
b.
ontwikkelingsprogramma: door een gemeente vastgesteld strategisch overzicht van investeringen en maatregelen voor de komende vijf jaren, met een vooruitblik op de vijf daarop volgende jaren, dat gericht is op de beleidsdoelen economie en werkgelegenheid, fysieke ontwikkeling en sociale infrastructuur en dat meetbare doestellingen en prestaties bevat;
-
c.
benchmark lokaal ondernemersklimaat: referentiekader voor de toetsing van de economische concurrentiepositie van de stad.