Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, van Economische Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, eerste lid, onder c van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a van de Wet wapens en munitie en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b.
Belastingdienst/FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie van Financiën.
Artikel
2
1
De vestigingshoofden, teamleiders en medewerkers opsporing in dienst van de Rijksbelastingdienst en werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
2
De akte van beëdiging van degene die direct voorafgaand aan zijn tewerkstelling bij de Belastingdienst/FIOD-ECD werkzaam was als buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt voor de duur van zes maanden na een tewerkstelling bij de Belastingdienst/FIOD-ECD in één van de functies, genoemd in het eerste lid, geacht te zijn gebaseerd op deze regeling.
De medewerkers genoemd in artikel 2, eerste lid, kunnen gedurende de uitoefening van hun taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a.
een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type;
b.
een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter en
c.
handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
d.
de pepperspray van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
Artikel
8
De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/FIOD-ECD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Belastingdienst/FIOD-ECD;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten, met uitzondering van de fiscale en douanedelicten;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel
9
1
De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a.
de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een van de basisopleidingen voor de buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD heeft voltooid;
b.
de onder a. bedoelde basisopleidingen omvatten tenminste het niveau van de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, zijn onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie en worden afgesloten met een toets;
c.
de onder b bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d.
door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op de in artikel 12 genoemde besluiten, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel
14
Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001.
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.
Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.
Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph. Mayer