Subsidieregeling gebiedsgericht milieubeleid 2001

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
wet:
b.
minister:

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

c.
Commissie:

Commissie van de Europese Gemeenschappen;

d.
milieu-aandachtsgebied:
  • 1).

    in het provinciale milieubeleidsplan aangeduid gebied als bedoeld in artikel 4.9. derde lid, onder c, van de wet, of een gebied ten aanzien waarvan gedeputeerde staten hebben verklaard dat de provincie bij de eerstvolgende herziening van het provinciale milieubeleidsplan, een zodanige aanduiding zal realiseren, of

  • 2).

    ROM-gebied als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Actieplan gebiedsgericht milieubeleid (kamerstukken II 1990/91, 21 896, nrs. 1 en 2);

e.
plan van aanpak:

plan waarin is beschreven de ontwikkeling van een gebied als bedoeld in onderdeel d, onder 2, en een of meer projecten, gericht op de instandhouding, het herstel of de verbetering van de kwaliteit van het milieu en de ruimte in het gebied, waarvan de uitvoering van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van dat gebied;

f.
stuurgroep:

samenwerkingsverband van overheden of andere rechtspersonen, ingesteld bij overeenkomst, dat een plan van aanpak opstelt, en de uitvoering ervan coördineert;

g.
provinciaal milieuprogramma:

programma als bedoeld in artikel 4.14 van de wet;

h.
uitvoeringsprogramma:

gedeelte van een provinciaal milieuprogramma of een door gedeputeerde staten op basis van een provinciaal milieubeleidsplan vastgesteld programma, dat betrekking heeft op activiteiten in één of meer milieu-aandachtsgebieden, die uiterlijk vóór 1 juli 2002 worden aangevangen en uiterlijk worden afgerond in het jaar 2003.

Artikel

2

Artikel

3

Voor een subsidie komen niet in aanmerking de kosten:

  • a.

    van de verwerving van kapitaalgoederen, met uitzondering van de kosten van de verwerving door een provincie van landbouwgrond en natuurterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer door het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;

  • b.

    van een vergoeding van schade ter uitvoering van de artikelen 15.20 en 15.21 van de wet;

  • c.

    van het apparaat van een provincie of andere overheid of van een andere rechtspersoon, gemaakt ter uitvoering van het in dit programma bepaalde, tenzij deze kosten geen onderdeel uitmaken van de normale taakuitoefening van de provincie of andere overheid of van die andere rechtspersoon.

Artikel

4

Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast het in artikel 2, tweede lid, genoemde aspect betrokken:

  • a.

    de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het milieu in het betrokken milieu-aandachtsgebied;

  • b.

    de omvang en aard van de milieu-aandachtsgebieden waarop het uitvoeringsprogramma betrekking heeft;

  • c.

    het integrale karakter en de voortgang van de activiteiten opgenomen in het uitvoeringsprogramma

  • d.

    de begroting, financieringswijze en het overzicht van de liquiditeitsbehoefte

  • e.

    de mate waarin de provincie, gemeenten, waterschappen, andere openbare lichamen en andere rechtspersonen bijdragen aan de activiteiten;

  • f.

    de wijze waarop het toezicht op de uitvoering van het uitvoeringsprogramma is ingevuld.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

`s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk