Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, alsmede
het besluit van 7 juni 2001, kenmerk 5102509/501/CBK, waarmee ontheffing van de bekwaamheidseis voor de onderhavige categorie van buitengewoon opsporingsambtenaren wordt toegekend;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, 1e lid, onder b, van de Politiewet 1993, die de functie vervullen van Specialist 7 BOA-RSC bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Vorenstaande functie wordt in dit besluit en de op grond van dit besluit uitgevaardigde 'Akten van beëdiging' betiteld als 'Teleservicemedewerker'.
Aan de hiervoor onder lid 1 omschreven 'Teleservicemedewerker' wordt in overeenstemming met mijn besluit van 7 juni 2001, kenmerk 5102509/501/CBK, ontheffng verleend van de bekwaamheidseis als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover bij de aanvraag tot aanwijzing en beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten.
Het gebruik van de hiervoor beschreven opsporingsbevoegdheid dient zich te beperken tot het opnemen van (telefonisch) aangiften, zonder daderindicatie, zonder dat getuigen worden gehoord en gericht op relatief eenvoudige strafbare feiten.
De Korpschef van regiopolitie Amsterdam-Amstelland brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de door deze categorie van buitengewoon opsporingsambtenaren verplicht te volgen (interne) opleiding(en).
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Teleservicemedewerkers regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2001.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en het Algemeen Politieblad.