Besluit van 12 oktober 2001, houdende de vaststelling van regels ter bevordering van innovatieve ontwikkelingen in de stedelijke vernieuwing (Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing)

Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 mei 2001, nr. MJZ2001049336, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 31 augustus 2001, nr. W08.01. 0226/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 oktober 2001, nr. MJZ2001109325, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet stedelijke vernieuwing;

  • b.

    innovatief: gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten, nieuwe instrumenten, nieuwe organisatievormen en -structuren, of nieuwe samenwerkingsvormen, binnen het kader van de stedelijke vernieuwing gericht op de fysieke leefomgeving;

  • c.

    prestatieveld: eis of groep van eisen aan het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, als bedoeld in enig lid van artikel 3 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing;

  • d.

    project: samenhangend stelsel van activiteiten waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken.

Hoofdstuk

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Onze Minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan een project.

Artikel

3

Ingevolge dit besluit kunnen de volgende subsidies worden verleend:

  • a.

    een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke kosten van idee- en planvorming voor een project, en

  • b.

    een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

7

Ingediende aanvragen voor een subsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a.

    de mate waarin een project een innovatieve waarde heeft;

  • b.

    de mate waarin een project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten;

  • c.

    de mate waarin sprake is van aantoonbare zeggenschap van de burger bij de ontwikkeling en uitvoering van een project, en

  • d.

    de mate waarin een project aanwezige potenties benut en de problematiek van de buurt, wijk of stad op een samenhangende wijze benadert.

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Een subsidie als bedoeld in artikel 3 kan door Onze Minister worden geweigerd indien:

  • a.

    een project geen betrekking heeft op een van de in artikel 6 bedoelde prestatievelden;

  • b.

    een project in geen enkele mate voldoet aan een of meer van de in artikel 7, onder a, b, c, d en e, genoemde criteria;

  • c.

    met de uitvoering van een project is begonnen voordat Onze Minister de subsidie verleent;

  • d.

    naar het oordeel van Onze Minister:

    • 1°.

      een project strijdig is met het rijksbeleid;

    • 2°.

      een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het provinciaal beleid of

    • 3°.

      een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet;

  • e.

    een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is, of

  • f.

    aan de idee- en planvorming voor een project, wordt deelgenomen door één of meer winstbeogende partijen.

Hoofdstuk

3

De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a

§

3.1

De Commissie innovatie stedelijke vernieuwing

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Vervallen

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Vervallen

Artikel

16

Vervallen

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, wordt, voorzover van toepassing namens de partijen die samenwerken aan de idee- en planvorming voor een project, aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

Artikel

21

Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage I.

Artikel

22

Artikel

23

Vervallen

Artikel

24

Vervallen

Artikel

25

Vervallen

Artikel

26

Vervallen

Artikel

27

Onze Minister verleent, met inachtneming van de criteria, genoemd in artikel 7, vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, voorzover de beschikbare middelen dit toelaten. De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald.

Artikel

28

Hoofdstuk

4

De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b

Artikel

30

Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage I.

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Onze Minister beslist, gelet op artikel 7, alsmede gelet op de resultaten van zijn bemoeienissen ingevolge artikel 32, vierde lid, over een definitieve rangorde ten aanzien van de ingevolge artikel 33 ingediende projecten.

Artikel

35

Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 1 december van elk van de jaren, genoemd in dat lid, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b.

Artikel

37

Vervallen

Artikel

38

Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, het project niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 36 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op de ingevolge artikel 34 vastgestelde rangorde en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijnen, genoemd in artikel 35.

Artikel

39

Aanvragen als bedoeld in artikel 29, die niet zijn gehonoreerd met de verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin die aanvraag is ingediend.

Hoofdstuk

5

Aan de verlening van de subsidies verbonden verplichtingen

Artikel

40

Hoofdstuk

6

Voorschotverlening

Artikel

41

Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies.

Hoofdstuk

7

Intrekking en wijziging van verleende subsidies en terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten

Artikel

42

Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan Onze Minister de verlening van de subsidie intrekken indien:

Artikel

43

Onverminderd artikel 42 kan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verlening van de subsidie ten nadele van de rechtspersoon aan welke de subsidie is verleend wijzigen, indien uit gegevens over de voortgang of uit nieuwe omstandigheden blijkt, dat de idee- en planvorming voor een project dan wel een project, niet overeenkomstig de ten tijde van de verlening van de subsidie vigerende gegevens zal worden gerealiseerd.

Hoofdstuk

8

De verantwoording en de vaststelling en betaling van de subsidie

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Artikel

48

Hoofdstuk

9

Slotbepalingen

Artikel

49

De bij dit besluit behorende bijlagen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel

50

Vervallen

Artikel

51

Vervallen

Artikel

52

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.

Artikel

53

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
De Minister van Justitie, A. H. Korthals

Bijlage

I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te 's Gravenhage.

Bijlage

II

behorende bij artikel 46, eerste lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

Ingevolge artikel 46, eerste lid, dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 45, eerste lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model.

MODEL AANVRAAG TOT VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIES, BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A, B EN C

A. Verzoek

Hierbij verzoek ik u de subsidie overeenkomstig beschikking no. ... vast te stellen.

B. Gegevens aanvrager:

Naam aanvrager/organisatie:

..........

Rechtsvorm aanvrager:

..........

(publiekrechtelijke rechtspersoon, stichting e.d.)

Naam contactpersoon:

..........

Functie contactpersoon:

..........

Bezoekadres:

..........

Postadres:

..........

Postcode:

..........

Plaats:

..........

Telefoon:

..........

Mobiel:

..........

Fax:

..........

E-mail:

..........

C. Gegevens project:

Projectnaam:

..........

Locatie:

..........

Datum realisatie innovatieve elementen:

..........

D. Beschikking VROM

Datum beschikking:

..........

Nummer beschikking:

..........

E. Ondertekening

Naam ondergetekende:

..........

Functie ondergetekende:

..........

Handtekening:

..........

Plaats:

..........

Datum:

..........

Bijlage

III

behorende bij artikel 46, tweede lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

Ingevolge artikel 46, tweede lid, dient het verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 45, tweede lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model.

MODEL VERANTWOORDINGSVERSLAG VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A, B OF C

Naam rechtspersoon:

Vestigingsplaats rechtspersoon:

1.

De prestatie

1.1

Innovatieve elementen

1.2

Hetgeen van de innovatieve elementen is gerealiseerd

1.3

Toelichting van de verschillen

2.

Verplichtingen

2.1

Verplichtingen

2.2

Hetgeen van de verplichtingen is nagekomen

2.3

Toelichting van de verschillen

3.

Actualiteit van de prestatie

4.

Vermelding bijlage(n)

5.

Ondertekening

5.1

Naam ondergetekende:

..........

5.2

Functie ondergetekende:

..........

5.3

Handtekening:

..........

5.4

Plaats:

..........

Datum: ..........

Bijlage

IV

behorende bij artikel 46, derde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

Ingevolge artikel 46, derde lid, dient de bestedingsverklaring, bedoeld in artikel 45, derde lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model.

MODEL BESTEDINGSVERKLARING VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER B OF C

Naam rechtspersoon:

Vestigingsplaats rechtspersoon:

Afhankelijk van de feitelijke situatie 1A of 1B invullen:

1A

Ondergetekende verklaart hierbij dat de verleende voorschotten zijn besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking en de eventuele daaraan verbonden verplichtingen en afspraken.

Naam ondergetekende:

..........

Functie ondergetekende:

..........

Handtekening:

..........

Plaats:

..........

Datum: ..........

1B

Ondergetekende verklaart hierbij dat de verleende voorschotten niet zijn besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking en de eventuele daaraan verbonden verplichtingen en afspraken.

De redenen daartoe zijn aangegeven in een bijlage bij deze verklaring.

Naam ondergetekende:

..........

Functie ondergetekende:

..........

Handtekening:

..........

Plaats:

..........

Datum: ..........

Bijlage

V

behorende bij artikel 46, vierde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

Ingevolge artikel 46, vierde lid, dient het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in artikel 45, vierde lid, onder a, te worden ingericht overeenkomstig dit model.

MODEL VERSLAG OVER DE BESTEDING VAN DE VERLEENDE VOORSCHOTTEN, VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A

N.B. Voor het jaar 2001 dienen bedragen in guldens te worden vermeld, voor de jaren daarna in euro's

Naam rechtspersoon:

Vestigingsplaats rechtspersoon:

1.

Bedragen

1.1

Verleende subsidie € /f ........

1.2

Overzicht kosten idee- en planvorming project ............ (benaming project)

€ /f ........

€ /f ........

€ /f ........

€ /f ........

€ /f ........

€ /f ........

1.3

Toelichting op de verschillen in kolom 4

2.

Verantwoording, voorzover van toepassing, over aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen met betrekking tot de besteding van de verleende voorschotten

3.

Vermelding bijlage(n)

4.

Ondertekening

4.1

Naam ondergetekende:

..........

4.2

Functie ondergetekende:

..........

4.3

Handtekening:

..........

4.4

Plaats:

..........

Datum: ..........

Bijlage

VI

behorende bij artikel 46, vijfde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing

ONDERDEEL A

PROTOCOL TEN AANZIEN VAN ACCOUNTANTSVERKLARINGEN BIJ HET VERSLAG OVER DE BESTEDING VAN DE VERLEENDE VOORSCHOTTEN OP EEN SUBSIDIE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A

Richtlijnen

1. De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel Onze Minister in staat te stellen de juistheid van de verstrekte subsidie voor idee- en planvorming te beoordelen.

2. De accountant controleert bij een verslag over de besteding van de verleende voorschotten voor idee- en planvorming, die nauw verbonden zijn met de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing, in elk geval of de kosten feitelijk betrekking hebben op c.q. juist zijn toegerekend aan het project waarvoor de subsidie is verleend.

3. De accountant stelt vast dat het verslag is ingericht overeenkomstig het in bijlage V van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing opgenomen model, alsmede dat de gerealiseerde kosten van ideeen planvorming conform de goedgekeurde begroting zijn gespecificeerd.

4. De accountant controleert, voorzover van toepassing blijkens de beschikking tot subsidieverlening, de naleving van de verplichtingen met betrekking tot de besteding van de verleende voorschotten.

5. De accountant stelt de juistheid van het verslag vast in overeenstemming met de hiervoor gestelde eisen. De accountant vermeldt in aanvulling op zijn verklaring, in een afzonderlijk rapport zijn bevindingen ten aanzien van de controle, voorzover die van belang zijn geweest bij de oordeelsvorming.

6. De accountant verstrekt slechts een goedkeurende verklaring indien naar het oordeel van de accountant de som van de fouten en onzekerheden in de gerealiseerde kosten niet meer dan één procent bedraagt van deze kosten. De accountant stelt de goedkeurende verklaring op conform het model dat hierna in onderdeel B van deze bijlage VI bij het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing is opgenomen.

7. De accountant laat een niet goedkeurende accountantsverklaring zo goed mogelijk aansluiten op de indeling die in het hierna in onderdeel B opgenomen model is gegeven. De accountant richt die verklaring in met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountantsadministratieconsulenten.

ONDERDEEL B

MODEL VAN EEN ACCOUNTANTSVERKLARING BIJ HET VERSLAG OVER DE BESTEDING VAN DE VERLEENDE VOORSCHOTTEN OP EEN SUBSIDIE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A

Accountantsverklaring

Opdracht:

Op grond van artikel 45, vierde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing, hebben wij het bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verslag over de besteding van de verleende voorschotten op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a, van genoemd besluit, van .................... (naam aanvrager) ten behoeve van project .................... (naam project) gecontroleerd. Het overzicht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de te dezen gerechtigde vertegenwoordigers van de rechtspersoon waaraan de subsidie is verleend. Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake dit verslag te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Verder hebben wij in onze werkzaamheden betrokken de richtlijnen zoals opgenomen in het in onderdeel A van bijlage VI van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing opgenomen protocol. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het verslag geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat de gegevens vermeld in het verslag juist zijn weergegeven.

Plaats,

Datum,

Ondertekening,