Besluit van 1 november 2001 tot vaststelling van de Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders

Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 25 oktober 2001, nr. 5127199/801;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

De voorzitter en de leden van de Commissie ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding.

Artikel

3

De vergoeding van de voorzitter wordt vastgesteld op € 4.610,–.

Artikel

4

De vergoeding van de leden wordt vastgesteld op € 3.688,–.

Artikel

5

De vergoeding van de plaatsvervangend leden wordt na rato van deelname vastgesteld op een evenredig deel van de vergoeding van de leden.

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Indien de voorzitter of een lid van de Commissie niet gedurende het hele jaar de functie van voorzitter of lid bekleedt, wordt de vergoeding, genoemd in de artikelen 3 en 4 naar evenredigheid vastgesteld.

Artikel

8

De voorzitter en de leden hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2001.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, N. A. Kalsbeek
De Minister van Justitie, A. H. Korthals