Uitvoeringsvoorschriften artikel 11 Belastingregeling voor het Koninkrijk 2002 (Nederlandse Antillen)

De Staatssecretaris van Financiën,
In overeenstemming met de Minister van Financiën van de Nederlandse Antillen;
Gelet op artikel 11, vierde lid, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, zoals deze is gewijzigd bij Rijkswet van 5 december 1985, Stb. 645, bij Rijkswet van 13 december 1996, Stb. 644 en bij Rijkswet van 14 december 2001, Stb. 647;

Besluit:

Vast te stellen de navolgende regeling met bijlagen I en II.¹De bij deze regeling horende bijlagen I en II zullen begin 2002 worden vastgesteld.

Artikel

1

Algemeen

Artikel

2

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

3

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

4

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

5

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

5A

Overmaking van Nederlandse dividendbelasting als bedoeld in artikel 11, derde lid, derde volzin, onderdeel b, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (met betrekking tot deelnemingsdividenden)

Artikel

5B

Overmakingsregeling voor het jaar 2001

Ten aanzien van deelnemingsdividenden die betaalbaar zijn gesteld op of na 1 januari 2001 maar vóór 1 januari 2002, is het bepaalde in artikel 5A voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de over te maken bedragen gedurende dit tijdvak zijn gerelateerd aan de afgedragen en over dit tijdvak uiteindelijk daadwerkelijk verschuldigde dividendbelasting. Artikel 5C is eveneens van overeenkomstige toepassing. De bevoegde autoriteiten informeren elkaar over de wijze, waarop de uitvoerende instanties nader worden geïnstrueerd ten aanzien van de overmaking, samenhangend met de in 2001 betaalbaar gestelde dividenden.

Artikel

5C

Samenloop met vermindering van dividendbelasting wegens dooruitdeling

Artikel

6

Naheffing Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden

Artikel

7

Formele bepaling

De in deze regeling bedoelde verklaringen, verzoeken, gegevens en mededelingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan of verstrekt.

Artikel

8

Termijn voor indiening van verzoeken om teruggaaf

Verzoeken om teruggaaf van belasting, als bedoeld in artikel 3, moeten bij de bevoegde inspecteur van de eenheid van de Belastingdienst zijn ingediend binnen een tijdvak van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven. Verzoeken om teruggaaf van belasting, als bedoeld in artikel 5, moeten bij de bevoegde inspecteur van de eenheid van de Belastingdienst zijn ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het dividend betaalbaar werd gesteld.

Artikel

9

Formulieren

De in de artikelen 2, eerste lid, 3, tweede lid, 4, eerste lid, en 5, tweede lid, bedoelde formulieren worden van rijkswege verstrekt. De formulieren zijn op aanvraag kosteloos verkrijgbaar bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, Afdeling Logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn.

Artikel

10

Intrekking

De regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 19 december 1996, nr. IFZ96/1632 (Nederlandse Staatscourant van 23 december 1996, nr. 248) wordt ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van die regeling van toepassing blijven met betrekking tot dividenden die zijn betaald of betaalbaar zijn gesteld vóór 1 januari 2002, met inachtneming van de regeling in artikel 5B.

De Staatssecretaris van Financiën, W.Bos