Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gezien het voorstel van de Commissie Voorbereiding Raad voor Werk en Inkomen van 5 oktober 2001,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

(definities)

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
Minister:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b.
Wet SUWI:

de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

c.
CWI:

de Centrale organisatie werk en inkomen;

d.
regionaal platform:

een regionaal platform als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet SUWI;

e.
onderneming:

een onderneming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de ondernemingsraden;

f.
samenwerkingsverband:

een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid waarin een aantal ondernemingen samenwerkt, dan wel een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, opgericht door een of meer landelijk representatieve organisaties van werkgevers en een of meer landelijk representatieve organisaties van werknemers;

g.
aanvrager:

een onderneming of een samenwerkingsverband met vacatures, dan wel met werknemers als bedoeld in onderdeel j;

h.
dienstbetrekking:

een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voor de duur van tenminste 6 maanden, met een omvang van tenminste 12 uur per kalenderweek, waarin de loondoorbetalingsplicht van artikel 628 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet is uitgesloten, dan wel een publiekrechtelijke aanstelling voor de duur van tenminste 6 maanden, met een omvang van tenminste 12 uur per kalenderweek;

i.
werkloze:

de persoon die blijkens een niet langer dan 8 weken voor de aanvang van een traject door de CWI verstrekte verklaring als bedoeld in artikel 25, geen werk heeft of minder dan 12 uur per week werkt, staat ingeschreven bij de CWI en door die organisatie op grond van de administratieve indeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet SUWI is ingedeeld in fase 2, 3 of 4 als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen b, c en d, van de Regeling SUWI, dan wel is ingedeeld in fase 1 als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel a, van de Regeling SUWI en na het moment van die indeling langer dan zes maanden niet gewerkt heeft;

j.
werknemer:

de persoon met een dienstbetrekking die een schriftelijke mededeling van zijn werkgever ontvangt dat deze het voornemen heeft de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de publiekrechtelijke aanstelling, te beëindigen;

k.
werkzoekende:

een werkloze of een werknemer;

l.
reïntegratieactiviteiten:

het samenhangend geheel van activiteiten gericht op de plaatsing in een dienstbetrekking van werkzoekenden op vacatures, inhoudende de activiteiten werving en selectie, trajecten, bemiddeling en nazorg, dan wel overige reïntegratieactiviteiten;

m.
werving en selectie:

activiteiten die direct gericht zijn op de instroom van werkzoekenden in trajecten;

n.
traject:

het geheel van activiteiten onderscheidenlijk activiteiten op het terrein van scholing, direct gericht op het geschikt maken van werklozen onderscheidenlijk werknemers voor inpassing in dienstbetrekkingen;

o.
bemiddeling en nazorg:

activiteiten die direct gericht zijn op de plaatsing en de bestendiging van die plaatsing van werkzoekenden in een dienstbetrekking;

p.
overige reïntegratieactiviteiten:

activiteiten die de activiteiten, bedoeld in de onderdelen m, n en o, kunnen ondersteunen;

q.
reïntegratiebedrijf:

de natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert.

Artikel

2

(subsidie aan aanvrager)

De Minister verstrekt overeenkomstig deze regeling subsidie aan een aanvrager.

Artikel

3

(aard subsidie)

Subsidie wordt verstrekt voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten, voor voorbereidings- en beheerskosten van projecten, en in het geval van duurzame arbeidsinpassing van werklozen.

§

2

Aanvraag subsidie en beslissing op de aanvraag

Artikel

4

(aanvragen)

Artikel

5

(indiening aanvraag)

Artikel

6

(het projectplan)

Artikel

7

(voorwaarden)

Artikel

8

(bijzondere voorwaarden scholing werknemers)

Artikel

9

(samenwerking met gemeenten)

Artikel

10

(afwijzingsgronden)

§

3

Verlening subsidie

Artikel

11

(verlening subsidie)

De Minister verleent subsidie met betrekking tot de aanvraag. In de beschikking wordt het maximum subsidiebedrag bepaald.

Artikel

12

(subsidiabele kosten)

Artikel

13

(subsidiemaatstaf)

Artikel

14

(bonus bij duurzame arbeidsinpassing)

§

4

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

15

(voorschriften)

Artikel

16

(administratie)

Artikel

17

(informatie)

Artikel

18

(mededelingsplicht)

De aanvrager doet onverwijld mededeling aan de Minister van een verzoek aan de rechtbank tot verlening van surséance van betaling of tot faillietverklaring.

Artikel

19

(bewaarplicht administratie)

Degene aan wie subsidie is verleend, bewaart de administratie, inclusief de daarbij behorende bewijsstukken, ten minste gedurende zeven jaar na de definitieve subsidievaststelling en stelt deze desgevraagd aan de Minister ter beschikking voor controledoeleinden.

Artikel

20

(intrekking en wijziging)

De Minister kan de subsidieverlening intrekken of in benedenwaartse zin wijzigen, indien:

  • a.

    de aanvrager zijn verplichtingen uit hoofde van de regeling niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt en de aanvrager het gebrek niet binnen een door de Minister gestelde periode herstelt;

  • b.

    de aanvrager de subsidie niet of niet geheel aan het project besteedt;

  • c.

    de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn uitgevoerd of zullen worden uitgevoerd;

  • d.

    de aanvrager kosten, waarvoor in de begroting van het projectplan geen post is onderscheidenlijk posten zijn opgenomen, heeft betrokken bij een verzoek om bevoorschotting of bij de eindafrekening, zonder dat hiervoor toestemming van de Minister is verkregen;

  • e.

    de aanvrager onjuiste informatie heeft verstrekt over zichzelf dan wel het project, dan wel relevante informatie omtrent het project niet heeft verstrekt aan de Minister;

  • f.

    de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de eisen opgenomen in artikel 10;

  • g.

    de aanvrager de beschikkingsmacht geheel of gedeeltelijk verliest op grond van surséance van betaling, faillissement, ontbinding of enig andere reden.

§

5

Voorschotten en subsidievaststelling

Artikel

21

(bevoorschotting)

Artikel

22

(declaratie)

Artikel

23

(opschorting betalingen)

De betalingen in verband met de bevoorschotting en de einddeclaratie kunnen door de Minister worden opgeschort, indien:

  • a.

    de voortgang van het project afwijkt van de tijdsplanning als uitgewerkt in het projectplan op basis waarvan subsidie is verleend;

  • b.

    de aanvrager zijn verplichtingen niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt;

  • c.

    de aanvrager de subsidie niet besteedt of zal besteden ten behoeve van het project, dan wel de gelden niet besteedt als opgenomen in het projectplan;

  • d.

    de aanvrager in strijd gehandeld heeft met de eisen zoals opgenomen in artikel 10;

  • e.

    de informatie, bedoeld in artikel 17, daartoe aanleiding geeft.

Artikel

24

(vaststelling definitief subsidiebedrag)

§

6

Slotbepalingen

Artikel

25

(verklaring CWI)

De CWI verstrekt desgevraagd in de vorm van een verklaring aan de aanvrager over een werkloze de gegevens als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en c, behoudens het sociaal-fiscaalnummer en de uitkeringsstatus.

Artikel

26

(subsidieplafond)

Artikel

27

(inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Artikel

28

(citeerartikel)

De regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen 1, 6 en 7 in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen 2 tot en met 5 worden vóór 1 februari 2002 in de Staatscourant geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W.A.Vermeend

Bijlage

1

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

2

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

3

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

4

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

5

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

6

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.

Bijlage

7

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.