Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder
een opleiding van eerste inschrijving als bedoeld in artikel 1.1 onder j. van het besluit;
een student als bedoeld in artikel 1.1 onder k. van het besluit.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder
een opleiding van eerste inschrijving als bedoeld in artikel 1.1 onder j. van het besluit;
een student als bedoeld in artikel 1.1 onder k. van het besluit.
De bedragen bedoeld in artikel 2.22 van het besluit zijn:
voor de openbare universiteit te Maastricht: € 1.366.000;
voor de bijzondere universiteit te Amsterdam: € 848.000.
De indeling van de groepen van opleidingen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid en artikel 3.3a, eerste lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 1 bij deze regeling.
In bijlage 2 bij deze regeling is bepaald welke opleidingen als dezelfde opleiding worden aangemerkt, als bedoeld in artikel 3.3a, derde lid van het besluit.
De indeling van de opleidingen naar bekostigingsniveau als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid van het besluit, wordt vastgesteld conform bijlage 3 bij deze regeling.
De factoren NBA en NBU bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, van het besluit zijn:
voor opleidingen met een studielast van
|
in studiepunten t/m 31 augustus 2002 |
in studiepunten vanaf 1 spetember 2002 |
NBA |
NBU |
|
42 |
60 |
1,13 |
0,34 |
|
84 |
120 |
2,25 |
1,35 |
|
105 |
150 |
2,81 |
1,35 |
|
126 |
180 |
3,38 |
1,35 |
|
147 |
210 |
3,94 |
1,35 |
|
168 |
240 |
4,50 |
1,35 |
De opleidingen en groepen van opleidingen, waarop artikel 3.3b van het besluit van toepassing is en de hoogte van de limieten voor het aantal te bekostigen eerstejaarsstudenten voor die opleidingen worden vastgesteld conform bijlage 4 bij deze regeling.
De maximale onderwijsvraag per opleiding als bedoeld in artikel 3.4a, tweede lid, van het besluit, worden vastgesteld conform bijlage 5 bij deze regeling.
De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder a. van het besluit worden onderscheiden in niveau p en niveau g, waarbij niveau p het hoogste niveau is.
De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder b. van het besluit die niet gelijk zijn aan het in het eerste lid bedoelde niveau p, worden onderscheiden in de niveaus kuo-c, kuo-d en kuo-e.
De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder c. van het besluit worden onderscheiden in de niveaus kuo-v1, kuo-v2, kuo-v3 en kuo-v4.
Ten behoeve van de berekening van het exploitatiedeel bedoeld in artikel 3.7, tweede lid van het besluit zijn de bedragen:
|
Niveau |
Bedrag (euro) |
|
|
2002 |
2003 |
|
|
p |
5.397 |
5.397 |
|
g |
4.201 |
4.201 |
|
kuo-c |
5.787 |
6.003 |
|
kuo-d |
9.239 |
10.493 |
|
kuo-e |
16.129 |
16.672 |
|
kuo-v1 |
8.415 |
8.415 |
|
kuo-v2 |
9.570 |
9.570 |
|
kuo-v3 |
19.887 |
19.887 |
|
kuo-v4 |
34.087 |
34.087 |
De ruimtebehoeftenorm per hogeschool als bedoeld in artikel 3.12, tweede lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 6 bij deze regeling.
Het bedrag ten behoeve van vernieuwingsprojecten bedoeld in artikel 5.5, vierde lid, van het besluit is € 449.
Onder aanvullende vergoeding wordt in dit artikel verstaan het bedrag dat wordt berekend als het product van de onderwijsvraag voor de desbetreffende opleiding bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, de factor bedoeld in artikel 3.7, derde lid, van het besluit en het bedrag bedoeld in het eerste lid.
De aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de opleidingen tot leraar basisonderwijs, voor de uitvoering van vernieuwingsprojecten gericht op een omslag naar een meer vraaggerichte werkwijze en meer in het bijzonder voor de bevordering van de integratie van informatie- en communicatietechnologie in de opleidingen, voor de navolgende activiteiten:
de ontwikkeling van een leeromgeving binnen de opleiding waarbij informatie- en communicatietechnologie in hoge mate aan bod komen, conform de doelstellingen in het uitwerkingsplan `Onderwijs On-line';
de ontwikkeling van een flexibel stelsel van voltijdse, deeltijdse en duale lerarenopleidingen alsmede van curriculumonderdelen in het perspectief van maatwerk voor de individuele student;
de extra aandacht voor vergroting van de deelname aan de opleidingen door allochtonen, mannen en onderwijsassistenten;
de versterking van samenwerking van de opleiding met basisscholen.
De rijksbijdrage van de volgende hogescholen met paramedische opleidingen wordt in het begrotingsjaar 2002 verhoogd met het genoemde bedrag.
|
Code 2002 |
Hogeschool |
opleiding |
verhoging |
|
03BO |
Hogeschool Holland |
mondhygiëne |
€ 20.451 |
|
15CL |
Fontys Hogescholen Eindhoven |
podotherapie |
€ 0 |
|
21QW |
Hogeschool van Amsterdam |
oefentherapeut Mensendieck |
€ 95.022 |
|
25BE |
Hanzehogeschool Groningen |
mondhygiëne |
€ 0 |
|
25DW |
Hogeschool van Utrecht |
mondhygiëne, orthoptie, oefentherapie Cesar |
€ 0 |
|
25KB |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
mondhygiëne |
€ 113.445 |
Aan de Hogeschool Brabant in Breda en aan de Hanzehogeschool Groningen wordt in het begrotingsjaar 2002 een additioneel bedrag toegekend ten behoeve van de voortgezette opleiding autonome beeldende kunst van € 108.300.
De verhoging van de onderwijsvraag voor de opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst voor het begrotingsjaar 2002 als bedoeld in artikel 5.3, vierde lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 7 bij deze regeling.
Het exploitatiedeel van de applicatiecursussen voor leerkrachten eigen taal en cultuur wordt berekend door de overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit bepaalde onderwijsvraag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 3.042.
De regeling bekostiging hoger onderwijs van 14 maart 1994 wordt op 1 januari 2002 ingetrokken.
Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 3.3, eerste lid, in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002.
Deze regeling wordt met toelichting geplaatst in de Staatscourant met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen