Regeling houdende onder meer vaststelling van bedragen en factoren als bedoeld in het Bekostigingsbesluit WHW

Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

2

Universiteiten

Artikel

2

Vaststelling van de bedragen voor klinische ondersteuning

De bedragen bedoeld in artikel 2.22 van het besluit zijn:

  • a.

    voor de openbare universiteit te Maastricht: € 1.366.000;

  • b.

    voor de bijzondere universiteit te Amsterdam: € 848.000.

Hoofdstuk

3

Hogescholen

Artikel

3.1

De indelingen van de opleidingen

Artikel

3.2

De vaststelling van de factoren

Artikel

3.3

De maximaal te bekostigen aantallen studenten bij opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst, voortgezette kunstopleidingen en voortgezette opleidingen bouwkunst

Artikel

3.4

De bekostigingsniveaus

Artikel

3.5

De ruimtebehoeftenorm per hogeschool

De ruimtebehoeftenorm per hogeschool als bedoeld in artikel 3.12, tweede lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 6 bij deze regeling.

Hoofdstuk

4

Tijdelijke en Overgangsbepalingen

Paragraaf

1

Additionele toekenningen

Artikel

4.1

Aanvullende vergoeding opleidingen tot leraar basisonderwijs

Artikel

4.2

Aanvulling rijksbijdrage voor hogescholen met paramedische opleidingen

De rijksbijdrage van de volgende hogescholen met paramedische opleidingen wordt in het begrotingsjaar 2002 verhoogd met het genoemde bedrag.

Code 2002

Hogeschool

opleiding

verhoging

03BO

Hogeschool Holland

mondhygiëne

€ 20.451

15CL

Fontys Hogescholen Eindhoven

podotherapie

€ 0

21QW

Hogeschool van Amsterdam

oefentherapeut Mensendieck

€ 95.022

25BE

Hanzehogeschool Groningen

mondhygiëne

€ 0

25DW

Hogeschool van Utrecht

mondhygiëne, orthoptie, oefentherapie Cesar

€ 0

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

mondhygiëne

€ 113.445

Artikel

4.3

Additionele toekenning voortgezette opleidingen autonome beeldende kunst

Aan de Hogeschool Brabant in Breda en aan de Hanzehogeschool Groningen wordt in het begrotingsjaar 2002 een additioneel bedrag toegekend ten behoeve van de voortgezette opleiding autonome beeldende kunst van € 108.300.

Paragraaf

2

Overgangsbepaling bekostiging opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

Artikel

4.4

Verhoging onderwijsvraag van opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

De verhoging van de onderwijsvraag voor de opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst voor het begrotingsjaar 2002 als bedoeld in artikel 5.3, vierde lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 7 bij deze regeling.

Paragraaf

3

Berekening bekostiging overige opleidingen hoger beroepsonderwijs

Artikel

4.5

Bekostiging van opleidingen bedoeld in artikel E.9, tweede lid, van de Invoeringswet W.H.B.O.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Intrekking regeling bekostiging hoger onderwijs

De regeling bekostiging hoger onderwijs van 14 maart 1994 wordt op 1 januari 2002 ingetrokken.

Artikel

5.2

Inwerkingtreding

Artikel

5.3

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002.

Artikel

5.4

Bekendmaking

Deze regeling wordt met toelichting geplaatst in de Staatscourant met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans

Bijlage

1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

6

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

7

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

8

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

9

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

10

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bijlage

11

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen