Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Algemene Zaken;
het Ministerie van Algemene Zaken en de daaronder ressorterende diensten;
-
de secretaris-generaal, tevens hoofd KMP;
-
de hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst;
-
de directeur Communicatiebeleid en Bedrijfsvoering;
-
de directeur Toepassing Communicatietechniek van de Rijksvoorlichtingsdienst;
-
de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
-
de directeur Algemeen Beheer;
-
het hoofd Financieel Economische Zaken;
-
het hoofd Personeel & Organisatie;
-
het hoofd Facilitaire zaken;
-
het hoofd Informatie- en Communicatietechnologie;
de door de secretaris-generaal aangewezen adviseur bedoeld in artikel 15;
een vergoeding, beloning, gift of belofte, in welke vorm dan ook, die aan een medewerker in die hoedanigheid door een derde wordt aangeboden of gedaan;
een geschenk van geringe waarde dat door een derde in het algemeen aan zijn relaties pleegt te worden aangeboden;
een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden omtrent:
-
een ernstig strafbaar feit;
-
een grove schending van regelgeving of beleidsregels;
-
het misleiden van justitie;
-
een groot gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu of
-
het bewust achterhouden van informatie over deze feiten;
bekendheid met een bijzonderheid omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan de medewerker, die de bijzonderheid kent, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet openbaar is en dat zij niet zonder schending van de geheimhouding buiten de kring van geheimhoudingsplichtigen kan komen of is gekomen.