Besluit van 22 januari 2002, houdende regels omtrent de bemanning van zeeschepen, varende onder de vlag van het Koninkrijk met een Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zeebrief (Bemanningsbesluit Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)

Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 oktober 2001, nr. DGG/J-01/006289, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Overwegende, dat de herziening op 7 juli 1995 van het Internationale Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978, het noodzakelijk maakt de bepalingen ten aanzien van de opleiding en diplomering van zeevarenden die dienst doen op Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse schepen opnieuw vast te stellen, daarbij tevens uitvoering gevend aan de bepalingen inzake de bemanning van zeeschepen van het Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, een en ander met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba;
Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Schepenwet, op het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144), op Hoofdstuk III, voorschrift 10, en voorschrift 24–1.3, Hoofdstuk IV, voorschrift 16, Hoofdstuk V, voorschrift 13, en Hoofdstuk X, voorschriften 1, 2 en 3, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (Trb. 1976, 157), en op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 74 van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de diplomering van volmatrozen (Stb. I 330);
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 5 december 2001, No. W09.01 0561/V/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 18 januari 2002, nr. HDJZ/SCH/2002–79, Hoofddirectie Juridische Zaken;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Definities en reikwijdte

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    het hoofd van de Scheepvaartinspectie: het hoofd van de Scheepvaartinspectie van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten;

  • b.

    kapitein: de gezagvoerder van een schip;

  • c.

    bemanning: de kapitein, de scheepsofficieren en de scheepsgezellen, alsmede de overige opvarenden die in de monsterrol worden genoemd;

  • d.

    opvarende: eenieder die zich aan boord bevindt;

  • e.

    scheepsbeheerder: de eigenaar of vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Curaçaosch Zeebrievenbesluit 1933, de eigenaar of vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 2 van het Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten of de rompbevrachter of diens vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 6 van het Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten;

  • f.

    vaarbevoegdheid: de bevoegdheid om in een of meer functies aan boord van een schip dienst te doen;

  • g.

    beroepsvereisten: de gestelde vereisten ten aanzien van kennis, het inzicht en de vaardigheden voor een functie waarop dit besluit van toepassing is;

  • h.

    ervaring: de diensttijd in jaren, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeeschepen, gerekend met ingang van de dag van aanmonstering tot en met de dag van afmonstering;

  • i.

    vaarbevoegdheidsbewijs: een door het hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven document waaruit de vaarbevoegdheid blijkt;

  • j.

    bemanningscertificaat: een certificaat afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, houdende het minimum aantal bemanningsleden en hun functies aan boord van het betrokken schip;

  • k.

    voortstuwingsvermogen: het maximale vermogen, uitgedrukt in kilowatt, dat op het geldige bemanningscertificaat is vermeld;

  • l.

    tankschip: een schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer in bulk van vloeibare producten;

  • m.

    olietankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van aardolie of aardolieproducten;

  • n.

    chemicaliëntankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibare producten die zijn opgenomen in Hoofdstuk 17 van de Internationale Code inzake het vervoer van chemicaliën in bulk, behorende bij het SOLAS-Verdrag;

  • o.

    gastankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibaar gemaakt gas of een ander product dat is opgenomen in Hoofdstuk 19 van de Internationale Code inzake het vervoer van vloeibaar gemaakt gas, behorende bij het SOLAS-Verdrag;

  • p.

    passagiersschip: een schip bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf passagiers;

  • q.

    ro-ro passagiersschip: een ro-ro passagiersschip als bedoeld in voorschrift II-2/3 van het SOLAS-verdrag;

  • r.

    hogesnelheidsvaartuig: een schip dat in staat is zich voort te bewegen met een snelheid, in meters per seconde, die gelijk of groter is dan 3,7 ▿ 0,1667, waarbij ▿ staat voor de waterverplaatsing in m3 op de ontwerpwaterlijn;

  • s.

    SOLAS-Verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (Trb. 1976, 157);

  • t.

    STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144);

  • u.

    STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249);

  • v.

    kW: kilowatt;

  • w.

    GT: de bruto inhoud van het schip, vastgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten inzake de meting van zeeschepen;

  • x.

    High Speed Craft Code: de International Code of Safety for High Speed Craft van 20 mei 1994, opgenomen in de bijlage van de Regeling HSC-Code;

  • y.

    reizen nabij de kust: het gebruik van een schip met een brutotonnage van minder dan 500 GT en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, in een vaargebied dat zich uitstrekt tot 250 zeemijlen uit de kust van Aruba, dan wel tot 250 zeemijlen uit de kust van enig eiland behorend tot Curaçao, dan wel tot 250 zeemijlen uit de kust van enig eiland behorend tot Sint Maarten;

  • z.

    Onze Minister: Onze Minister van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, verantwoordelijk voor scheepvaart.

Artikel

2

Hoofdstuk

2

De bemanning van zeeschepen

§

1

Algemene bepalingen met betrekking tot de aanstelling en handhaving van een veilige bemanning

Artikel

3

Artikel

4

De scheepsbeheerder houdt, ten behoeve van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste autoriteiten, per schip van elk daarop dienstdoend bemanningslid een overzicht bij van ten minste het volgende:

  • a.

    de opleiding;

  • b.

    de ervaring;

  • c.

    de vakbekwaamheid, en

  • d.

    de medische geschiktheid.

Artikel

5

De scheepsbeheerder draagt ervoor zorg dat de bemanningsleden bij hun tewerkstelling aan boord vertrouwd zijn met hun specifieke taken, de regelingen en procedures aan boord, alsmede de installaties, uitrusting en kenmerken van het schip, die verband houden met hun taken zowel onder normale omstandigheden als in noodsituaties.

Artikel

6

Artikel

7

§

2

Bemanningscertificaat

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Nadat een nieuw bemanningscertificaat voor een schip is afgegeven, draagt de scheepsbeheerder ervoor zorg dat het oude bemanningscertificaat zo spoedig mogelijk aan het hoofd van de Scheepvaartinspectie wordt gezonden.

§

3

Regels voor het geven van ontheffing

Artikel

12

Op aanvraag van de scheepsbeheerder kan het hoofd van de Scheepvaartinspectie tot de aankomst in de eerstvolgende haven ontheffing verlenen van de verplichting om het schip te bemannen in overeenstemming met het bemanningscertificaat, indien blijkt dat korte tijd voor het vertrek van het schip uit de haven een of meer leden van de bemanning niet beschikbaar zijn, en dringende omstandigheden ertoe nopen het vertrek niet langer uit te stellen, mits met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis, het schip deze reis zonder gevaar kan ondernemen.

§

4

Aanvullende eisen ten aanzien van de bemanning

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Hoofdstuk

3

Vaarbevoegdheidsbewijzen

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Een vaarbevoegdheidsbewijs is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.

Artikel

22

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de ervaring of diensttijd uitgedrukt in jaren en behaald in ten minste de functie van wachtstuurman, wachtwerktuigkundige of maritiem officier.

§

2

Aanvraag en afgifte

Artikel

23

Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, indien de aanvrager aantoont te beschikken over de ingevolge dit besluit vereiste kennis, ervaring en medische geschiktheid, mits het kennisbewijs ten hoogste vier jaar vóór het indienen van de aanvraag is afgegeven.

Artikel

24

§

3

Aanvullende en beperkende bepalingen op vaarbevoegdheidsbewijzen

Artikel

25

Artikel

26

Indien de aanvraag een vaarbevoegdheidsbewijs betreft voor het uitsluitend dienstdoen op schepen van minder dan 3000 GT of met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, kan het hoofd van de Scheepvaartinspectie op grond van de overgelegde kennisbewijzen en bewijzen van diensttijd de volgende beperkende aantekeningen of combinaties daarvan op het vaarbevoegdheidsbewijs aanbrengen:

  • a.

    de beperking tot schepen met een bruto tonnage van minder dan 3000 GT of een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW of een combinatie daarvan;

  • b.

    een beperking tot reizen nabij de kust.

§

4

Vernieuwing

Artikel

27

Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing, ten minste één jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist, en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een van de volgende functies:

  • a.

    voor de functies van kapitein en stuurman:

    • loods, werkzaam in Aruba, Curaçao of Sint Maarten;

    • registerloods;

    • gecertificeerd Noordzeeloods;

    • nautisch expert van een klassebureau,

    • medewerker van nautische inspecties van rederijen, en

    • ambtenaar van de Scheepvaartinspectie, voorzover deze daadwerkelijk betrokken is bij het toezicht op zeeschepen en ten minste in het bezit is van het diploma als derde stuurman grote handelsvaart of het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier»;

  • b.

    voor de functie van scheepswerktuigkundige:

    • technisch expert van een klassebureau;

    • medewerker van technische inspecties van rederijen;

    • ambtenaar van de Scheepvaartinspectie, voorzover daadwerkelijk betrokken bij het toezicht op zeeschepen en ten minste in het bezit is van het diploma als scheepswerktuigkundige A of het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier», en

    • werktuigkundige in een electriciteitscentrale of in een waterfabriek;

  • c.

    voor de functie van maritiem officier:

    • nautisch-technisch expert van een klassebureau in het bezit van ten minste het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier», en

    • ambtenaar van de Scheepvaartinspectie, voorzover daadwerkelijk betrokken bij het toezicht aan boord van zeeschepen en in het bezit van ten minste het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier»;

  • d.

    voor de functie van radio-operator: radio-operator werkzaam in de operationele dienst van de kustwacht en bedrijfspersoneel betrokken bij de bediening, installatie of reparatie van radiocommunicatie- en radionavigatie-apparatuur.

Artikel

28

Voor de vernieuwing van een aanvullende aantekening op het vaarbevoegdheidsbewijs dat tevens geldig is voor het dienstdoen aan boord van een van de volgende categorieën schepen, legt de aanvrager een bewijs over dat hij voldoet aan het bij elke categorie genoemde vereiste:

  • a.

    olietankschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van olietankschepen of chemicaliëntankschepen;

  • b.

    chemicaliëntankschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van chemicaliëntankschepen of productentankschepen;

  • c.

    gastankschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van gastankschepen;

  • d.

    stoomschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van stoomschepen;

  • e.

    passagiersschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van passagiersschepen;

  • f.

    ro-ro passagiersschepen: het in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van ro-ro passagiersschepen.

Artikel

29

§

5

Intrekking van vaarbevoegdheden

Artikel

30

Artikel

31

§

6

Ontheffingen

Artikel

32

§

7

Erkenning van vaarbevoegdheden

Artikel

33

Artikel

34

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige, legt de aanvrager het bewijs over dat hij een door Onze Minister, vastgestelde opleidingsmodule «wetgeving» met gunstig gevolg heeft afgesloten.

Hoofdstuk

4

Beroepsvereisten

§

1

Algemeen

Artikel

35

Een maritieme opleidingsinstelling en maritieme studie- en opleidingsprogramma's en cursussen, zowel binnen als buiten Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten gevestigd, kunnen door de landen worden erkend, indien zij voldoen aan de criteria die zijn vastgelegd in Secties A-I/6 en A-I/8 van de STCW-Code.

Artikel

36

Een kennisbewijs in de zin van dit besluit wordt afgegeven door het bevoegd gezag van een door Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten erkende opleiding of exameninstelling.

§

2

Beroepsvereisten handelsvaart

Artikel

37

Voor de afgifte van het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;

    • sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;

    • sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code;

    • sectie A-III/2, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;

    • sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier en gedurende ten minste een half jaar dienst gedaan in de machinekamer.

Artikel

38

Voor de afgifte van het kennisbewijs «baggeraar-stuurman» of «wachtstuurman»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/1, paragrafen 2.4.en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/1, paragrafen 1 tot en met 6 van de STCW-Code;

    • sectie A-II/2, paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement:

    • sectie A-V/1, paragrafen 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein,een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.

Artikel

39

Voor de afgifte van het kennisbewijs «aanvulling stuurman handelsvaart» is de aanvrager in het bezit van het kennisbewijs «stuurman grote zeilvaart» en

  • a.

    voldoet hij tevens aan:

    • voorschrift II/1, paragrafen 2.4.en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft hij met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/1, paragrafen 1 tot en met 6 van de STCW-Code in het bijzonder de functie behandeling en stuwen van lading;

    • sectie A-II/2, paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, in het bijzonder de functie behandeling en stuwen van lading en met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement, en

    • sectie A-V/1, paragrafen 2 tot en met 7 van de STCW-Code.

Artikel

40

Voor de afgifte van een kennisbewijs «baggeraar-machinist» of «wachtwerktuigkundige»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan

    • voorschrift III/1, paragrafen 2.2. en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-III/1, paragrafen 1 tot en met 8, van de STCW-Code;

    • sectie A-III/2, paragrafen 1, 2, 3, 4, 5, en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;

    • sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een half jaar dienst in de machinekamer, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek.

Artikel

41

Voor de afgifte van het kennisbewijs «stuurman-werktuigkundige kleine schepen»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift II/2, paragraaf 3.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/3, paragraaf 2.2 van de bijlage van het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;

    • sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;

    • sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code; sectie A-III/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;

    • sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier, en gedurende ten minste een half jaar dienst gedaan in de machinekamer.

Artikel

42

Voor de afgifte van het kennisbewijs «wachtstuurman tot 3000 GT»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift II/2, paragraaf 3.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;

    • sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;

    • sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.

Artikel

43

Voor de afgifte van het kennisbewijs «wachtwerktuigkundige tot 3000 kW»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift III/3, paragraaf 2.2 van de bijlage van het STCW-Verdrag;

    • voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code;

    • sectie A-III/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;

    • sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een half jaar dienst in de machinekamer, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek.

Artikel

44

Voor de afgifte van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/3, paragraaf 4.2.1, 4.3, 4.4 en 6.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

    • voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code waaronder niet begrepen het bij verwijzing bepaalde in de secties A-VI/2, A-VI/3 en A-VI/4 van de STCW-Code

    • sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage van ten minste een half jaar aan boord vervuld, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, van een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.

Artikel

45

Voor de afgifte van het kennisbewijs «gezel» met de beperking tot de dekdienst,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift II/4, paragrafen 2.2.2 en 2.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-II/4, paragrafen 1, 2 en 3 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage als aankomend gezel dekdienst aan boord vervuld van ten minste twee maanden, als onderdeel van de onder b. bedoelde opleiding, en onder bijhouding van een praktijkboek.

Artikel

46

Voor de afgifte van het kennisbewijs «gezel» met de beperking tot de machinekamerdienst,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift III/4, paragrafen 2.2.2 en 2.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-III/4, paragrafen 1, 2 en 3 van de STCW-Code, en

  • c.

    heeft de aanvrager een goedgekeurde stage als aankomend gezel machinekamerdienst aan boord vervuld van ten minste twee maanden, als onderdeel van de onder b. bedoelde opleiding, en onder bijhouding van een praktijkboek.

Artikel

47

Voor de afgifte van het kennisbewijs «scheepsmanagement-N» heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-II/2 van de STCW-Code, met name de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, bridge resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.

Artikel

48

Voor de afgifte van het kennisbewijs «scheepsmanagement-W» heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-III/2 van de STCW-Code, met name de aspecten opstellen wachtschema's en orders, engine room resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.

Artikel

49

Voor de afgifte van het kennisbewijs «radarnavigator» heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, opleiding en training die voldoet aan:

  • sectie A-II/2 van de STCW-Code, en

  • sectie B-1/12, paragrafen 18 tot en met 35 van de STCW-Code.

§

3

Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor tankschepen

Artikel

50

Voor de afgifte van het kennisbewijs «behandeling en vervoer van aardolie en aardolieproducten in bulk aan boord van olietankschepen»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, wachtdoend werktuigkundige of wachtdoend maritiem officier aan boord van olie- of chemicaliën-tankschepen, en

  • c.

    heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 8 tot en met 14 van de STCW-Code.

Artikel

51

Voor de afgifte van het kennisbewijs «behandeling en vervoer van chemicaliën in bulk aan boord van chemicaliëntankschepen»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, wachtdoend werktuigkundige of wachtdoend maritiem officier aan boord van chemicaliëntankschepen, of tankschepen gebouwd en gebruikt voor het vervoer van aardolieproducten in bulk, en

  • c.

    heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 15 tot en met 21 van de STCW-Code.

Artikel

52

Voor de afgifte van het kennisbewijs «behandeling en vervoer van tot vloeistof verdichte of samengeperste gassen in bulk aan boord van gastankschepen»,

  • a.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;

  • b.

    heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, wachtdoend werktuigkundige of wachtdoend maritiem officier aan boord van vloeibaar gastankschepen, en

  • c.

    heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 22 tot en met 34, van de STCW-Code.

§

4

Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor passagiersschepen

Artikel

53

Voor de afgifte van het bewijs «groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van passagiersschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan voorschrift V/3, paragraaf 4 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/3, paragraaf 1 van de STCW-Code.

Artikel

54

Voor de afgifte van het bewijs «familiarisatietraining passagiersschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/3, paragraaf 5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/3, paragraaf 2 van de STCW-Code.

Artikel

55

Voor de afgifte van het bewijs «hotelpersoneel passagiersschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan voorschrift V/3, paragraaf 6 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/3, paragraaf 3 van de STCW-Code.

Artikel

56

Voor de afgifte van het kennisbewijs «passagiersveiligheid» heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/3, paragraaf 7 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/3, paragraaf 4 van de STCW-Code.

Artikel

57

Voor de afgifte van het kennisbewijs «crisisbeheersing en menselijk gedrag» heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/3, paragraaf 8 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/3, paragraaf 5 van de STCW-Code.

§

5

Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor ro-ro passagiersschepen

Artikel

58

Voor de afgifte van het bewijs «groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van ro-ro passagiersschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan voorschrift V/2, paragraaf 4 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, paragraaf 1 van de STCW-Code.

Artikel

59

Voor de afgifte van het bewijs «familiarisatietraining ro-ro passagierschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/2, paragraaf 5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, paragraaf 2 van de STCW-Code.

Artikel

60

Voor de afgifte van het bewijs «hotelpersoneel ro-ro passagiersschepen» heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan voorschrift V/2, paragraaf 6 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, paragraaf 3 van de STCW-Code.

Artikel

61

Voor de afgifte van het kennisbewijs «passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp ro-ro passagiersschepen», heeft de aanvrager met goed gevolg een door de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk van Aruba, goedgekeurde instructie en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/2, paragraaf 7 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, paragraaf 4 van de STCW-Code.

Artikel

62

Voor de afgifte van het kennisbewijs «crisisbeheersing en menselijk gedrag», heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift V/2, paragraaf 8 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, paragraaf 5 van de STCW-Code.

§

6

Beroepsvereisten ten aanzien van bijzondere typen voortbewogen schepen

Artikel

63

Voor de afgifte van het kennisbewijs «stoomvoortstuwing» heeft de houder van ten minste het kennisbewijs «wachtwerktuigkundige», dan wel van ten minste het kennisbewijs A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-III/1 en sectie A-III/2 van de STCW-Code voor wat betreft de functie scheepswerktuigkunde, en met name de aspecten stoomketels, stoomturbines en veiligheidsvoorschriften.

Artikel

64

§

7

Beroepsvereisten overige veiligheidstrainingen

Artikel

65

Voor de afgifte van het kennisbewijs «basisveiligheid» heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan:

  • voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en

  • sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code.

Artikel

66

Voor de afgifte van het kennisbewijs «sloepsgast» heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift VI/2, paragraaf 1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-VI/2, paragraaf 1 tot en met 4, van de STCW-Code.

Artikel

67

Voor de afgifte van het kennisbewijs «bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten» voldoet de aanvrager aan voorschrift VI/2, paragraaf 2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag en heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, paragraaf 5 tot en met 8, van de STCW-Code.

Artikel

68

Voor de afgifte van het kennisbewijs «brandbestrijding voor gevorderden» heeft de aanvrager met goed gevolg een opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift VI/3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-VI/3 van de STCW-Code.

Artikel

69

Hoofdstuk

5

Kennis en ervaring

§

1

Kennisbewijzen

Artikel

70

Artikel

71

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «middelbaar maritiem officier» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

  • a.

    maritiem officier, wachtstuurman en eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie», en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    wachtwerktuigkundige, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • c.

    eerste stuurman, indien hij, naast het certificaat genoemd in onderdeel a, in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator», het kennisbewijs «scheepsmanagement-N» en een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als stuurman of maritiem officier;

  • d.

    tweede werktuigkundige, indien hij een diensttijd heeft van ten minste een jaar;

  • e.

    hoofdwerktuigkundige, indien hij in het bezit is van het kennisbewijs« scheepsmanagement-W» en een diensttijd heeft van ten minste vier jaar als werktuigkundige of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier;

  • f.

    eerste maritiem officier, indien hij, naast de certificaten genoemd in de onderdelen a, c en e, een diensttijd heeft van ten minste drie jaar als maritiem officier;

  • g.

    kapitein, indien hij naast de certificaten genoemd in de onderdelen a en c, een diensttijd heeft van ten minste vier jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier.

Artikel

72

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «baggeraar-stuurman», het kennisbewijs «wachtstuurman alle schepen» dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

  • a.

    wachtstuurman en eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie» en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    eerste stuurman, indien hij, naast het certificaat, genoemd in onderdeel a, in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator» en het kennisbewijs «scheepsmanagement-N», en een diensttijd heeft van ten minste een jaar als stuurman;

  • c.

    kapitein, indien hij, naast de certificaten ,genoemd in de onderdeel a en b, een diensttijd heeft van ten minste drie jaar als stuurman, dan wel ten minste twee jaar als stuurman waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman.

Artikel

73

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «stuurman-werktuigkundige kleine schepen» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    maritiem officier kleine schepen en eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie» en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • c.

    hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, indien hij een diensttijd heeft van ten minste twee jaar;

  • d.

    eerste maritiem officier kleine schepen, indien hij, naast het certificaat, genoemd in onderdeel a, een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als maritiem officier;

  • e.

    kapitein tot 3000 GT, indien hij naast het certificaat in onderdeel a, in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator» en het kennisbewijs «scheepsmanagement-N», en een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier.

Artikel

74

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «stuurman tot 3000 GT» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie» en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    kapitein tot 3000 GT, indien hij, naast het certificaat, genoemd in onderdeel a, in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator» en het kennisbewijs «scheepsmanagement-N», en een diensttijd heeft van ten minste drie jaar als stuurman, dan wel ten minste twee jaar als stuurman, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman.

Artikel

75

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «baggeraar-machinist», het kennisbewijs «wachtwerktuigkundige alle schepen», dan wel het diploma A als scheepswerktuigkundige de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

  • a.

    wachtwerktuigkundige, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    tweede werktuigkundige, indien hij een diensttijd heeft van ten minste een jaar;

  • c.

    hoofdwerktuigkundige, indien hij in het bezit is van het kennisbewijs «scheepsmanagement-W», en een diensttijd heeft van ten minste drie jaar als werktuigkundige, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige;

Artikel

76

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het diploma als motordrijver de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    wachtwerktuigkundige alle schepen;

  • b.

    tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • c.

    hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, indien hij een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als werktuigkundige, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.

Artikel

77

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «werktuigkundige tot 3000 kW» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, als hij een diensttijd heeft van ten minste twee jaar als werktuigkundige waarvan tenminste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.

Artikel

78

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    eerste stuurman op reizen nabij de kust, indien hij in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie», en een leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    kapitein op reizen nabij de kust, indien hij, naast het certificaat, genoemd in onderdeel a, een leeftijd heeft bereikt van 20 jaar, en hij een diensttijd heeft van ten minste een jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Artikel

79

Onverminderd artikel 23, geeft het bezit van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust» de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

  • a.

    eerste stuurman met de beperking tot reizen nabij de kust met de verdere beperking tot ten hoogste 30 mijl vanuit de kusten van Aruba, Curaçao en Klein Curaçao, indien hij in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie» en een leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;

  • b.

    kapitein op reizen nabij de kust met de verdere beperking tot ten hoogste 30 mijl vanuit de kusten van Aruba, Curaçao en Klein Curaçao, indien hij, naast het certificaat, genoemd in onderdeel a, een leeftijd heeft bereikt van 20 jaar, en hij een diensttijd heeft van ten minste een jaar.

Artikel

80

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator is vereist het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie», afgegeven in overeenstemming met de wettelijke voorschriften dienaangaande van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, alsmede de leeftijd van 18 jaar.

Artikel

81

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radio-communicatieapparatuur zijn vereist het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie», afgegeven in overeenstemming met de wettelijke voorschriften inzake de telecommunicatie voor de scheepvaart van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, alsmede de leeftijd van 18 jaar.

Artikel

82

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de dekdienst is ten minste vereist:

  • a.

    het kennisbewijs «gezel dekdienst», of

  • b.

    een schriftelijke verklaring van de kapitein dat betrokkene met goed gevolg heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, als bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste een half jaar als aankomend gezel dekdienst op zeeschepen, hij in het bezit is van het kennisbewijs «basisveiligheidstraining» en hij een leeftijd heeft bereikt van 16 jaar.

Artikel

83

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de machinekamerdienst is ten minste vereist:

  • a.

    het kennisbewijs «gezel machinekamerdienst»; of

  • b.

    een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat betrokkene met goed gevolg heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, als bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste een half jaar als aankomend gezel machinekamerdienst op zeeschepen, hij in het bezit is van het kennisbewijs «basisveiligheidstraining» en hij een leeftijd heeft bereikt van 16 jaar.

Artikel

84

Onverminderd de artikelen 71 tot en met 74, is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier of eerste stuurman alle schepen, alsmede als kapitein tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het kennisbewijs «radarnavigator».

Artikel

85

Onverminderd de artikelen 71 tot en met 74, is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier, maritiem officier, eerste stuurman en wachtstuurman alle schepen, eerste maritiem officier en maritiem officier kleine schepen, alsmede eerste stuurman tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het kennisbewijs «brandbestrijding voor gevorderden».

Artikel

86

Onverminderd de artikelen 71 tot en met 77, is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of wachtwerktuigkundige alle schepen, alsmede als hoofdwerktuigkundige en tweede werktuigkundige tot 3000 kW met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het kennisbewijs «brandbestrijding voor gevorderden».

§

2

Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzondere typen schepen

Artikel

87

Artikel

88

Artikel

89

In plaats van het bezit van de bewijzen en kennisbewijzen, genoemd in artikel 53 tot en met 57, door de zeevarende kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 4 bij te houden overzicht.

Artikel

90

Artikel

91

In plaats van het bezit van de bewijzen en kennisbewijzen, genoemd in de artikelen 58 tot en met 62, door de zeevarende, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 4 bij te houden overzicht.

§

3

Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzonder voortbewogen schepen

Artikel

92

Artikel

93

Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheidsvaartuigen zijn, naast het voor het desbetreffende schip vereiste vaarbevoegdheidsbewijs, in het bezit van een «type rating certificate», als bedoeld in artikel 64, voor het hogesnelheidsvaartuig waarop zij dienstdoen.

Hoofdstuk

6

Medische keuring van de bemanning

Artikel

94

Hoofdstuk

7

Overige bepalingen

§

1

Uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties

Artikel

95

Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, kunnen, ter uitvoering van het STCW-Verdrag, alsmede van andere verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, regels met betrekking tot de bemanning van zeeschepen worden gesteld ter waarborging van de veilige en milieuverantwoorde vaart.

§

2

Centraal register bemanningsgegevens

Artikel

96

In Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn Centrale Registers Bemanningsgegevens, waarin het hoofd van de Scheepvaartinspectie de afgegeven, ongeldig verklaarde en ingetrokken vaarbevoegdheidsbewijzen en de gegeven vrijstellingen en ontheffingen registreert.

§

3

Aanvragen

Artikel

97

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvragen op grond van dit besluit.

Hoofdstuk

8

Overgangsbepalingen

Artikel

98

De documenten, houdende de minimum voorgeschreven bemanningssamenstelling met de functies van de bemanningsleden, die zijn afgegeven vóór inwerkingtreding van dit besluit, behouden hun geldigheid tot de datum van het verstrijken van de geldigheid van het certificaat van deugdelijkheid waar zij bij behoren.

Artikel

99

Artikel

100

De geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart, die zijn afgegeven vóór inwerkingtreding van dit besluit, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven datum van het verstrijken van de geldigheid.

Artikel

101

Op aanvragen voor bemanningsdocumenten, verklaringen van geschiktheid en bekwaamheid, monsterboekjes en geneeskundige verklaringen voor de zeevaart, die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit en op dat tijdstip nog in behandeling zijn, wordt besloten met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit besluit.

Artikel

102

Artikel

103

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988, die in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator» en het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie».

Artikel

104

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op reizen nabij de kust wordt afgegeven aan:

  • a.

    de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart, afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit;

  • b.

    de houder van het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988;

  • c.

    de houder van het diploma als kapitein aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's;

  • d.

    de houder van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust», afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritiem radio-communicatie» en een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Artikel

105

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan:

  • a.

    de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988, die in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie» en

  • b.

    de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie».

Artikel

106

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:

  • a.

    de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart dan wel het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven vóór de datum van inwerking treden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie»;

  • b.

    de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie»;

  • c.

    de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie», en

  • d.

    de houder van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust», afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radio-communicatie», zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Artikel

107

Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, wordt afgegeven aan de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaar.

Artikel

108

Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan:

  • a.

    de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's;

  • b.

    de houder van het diploma als scheepswerktuigkundige, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaart-diploma's;

  • c.

    de houder van het diploma machinist aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's.

Artikel

109

Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan de houder van het kennisbewijs «scheepstechnicus», uitgereikt door het hoofd van de Scheepvaartinspectie.

Hoofdstuk

9

Slotbepalingen

Artikel

110

Dit besluit wordt aangehaald als: Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen.

Artikel

111

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2002.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos
De Minister van Justitie, A. H. Korthals