Wet van 28 februari 2002 tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur)

Wet dualisering gemeentebestuur

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur te dualiseren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel

II

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Artikel

III

Wijzigt de Kieswet.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel

IVa

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Artikel

VIII

Artikel 91 van de Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel TT, blijft van toepassing op vaste commissies van advies aan het college van burgemeester en wethouders of aan de burgemeester die zijn ingesteld voor deze datum, tot de dag van eerste samenkomst van de bij de periodieke verkiezing van 2002 gekozen leden van de raad.

Artikel

IX

Wijzigt deze wet.

Artikel

X

Artikel

Xa

Onze Minister zendt vóór 1 januari 2005 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

XI

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

XII

Artikel

XIII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering gemeentebestuur.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K. G. de Vries
De Minister van Justitie, A. H. Korthals