Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 22 maart 2002, houdende regelen omtrent de samenstelling, de werkwijze en het voorzitterschap van de bedrijfscommissies (Verordening op de bedrijfscommissies 2002)

Verordening op de bedrijfscommissies 2002

De Sociaal-Economische Raad;

Besluit:

§

1

Definities

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

de wet:

de Wet op de ondernemingsraden;

b.

de Minister:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c.

de Raad:

de Sociaal-Economische Raad.

§

2

De samenstelling van de bedrijfscommissies

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Een bedrijfscommissie kan al dan niet uit haar midden commissies of kamers instellen. Aan deze commissies of kamers kunnen, geheel of gedeeltelijk en al dan niet voorwaardelijk, bevoegdheden van de bedrijfscommissie worden overgedragen.

Artikel

6

Een bedrijfscommissie voorziet in de waarneming van haar secretariaat. Van de zetel van het secretariaat alsmede van wijzigingen daarin doet de bedrijfscommissie mededeling aan de Raad.

§

3

De werkwijze van de bedrijfscommissies

Artikel

7

Een bedrijfscommissie vergadert niet, indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen. Nadat eenmaal tot een vergadering is opgeroepen, zonder dat meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen, wordt de daarna uitgeschreven vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.

Artikel

8

De leden van een bedrijfscommissie stemmen zonder last of ruggespraak.

Artikel

9

De leden van een bedrijfscommissie onthouden zich van medestemmen over zaken die hun, hun echtgenoten of hun geregistreerde partners of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, persoonlijk aangaan, dan wel op grond van andere feiten of omstandigheden waardoor hun onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Een bedrijfscommissie dient de Minister en de Raad en zijn commissies desgevraagd of uit eigen beweging van bericht en advies over alle zaken haar werkterrein betreffende.

Artikel

17

Artikel

18

Een bedrijfscommissie brengt jaarlijks voor 1 april aan de Minister en de Raad verslag uit van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt door de bedrijfscommissie, zonodig tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel

19

Een bedrijfscommissie kan nadere regelen stellen over haar werkwijze. Deze regelen behoeven de goedkeuring van de Raad.

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

Bij het voor de eerste maal samenstellen van een bedrijfscommissie treedt voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, in plaats van de bedrijfscommissie de voorzitter van de Raad op.

Artikel

21

De verordening van de Raad van 19 maart 1971, Vb. Bo. no. RE 05/1971 (Verordening op de bedrijfscommissies 1971), wordt ingetrokken.

Artikel

22

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

23

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de bedrijfscommissies 2002.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter
N.C.M. van Niekerk secretaris