Regeling IKAP Verkeer en Waterstaat

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Overwegende dat in de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2000 - 2001 afspraken zijn gemaakt over de invoering van individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP) met ingang van 1 januari 2002;
Conform de artikelen 21g en 21i van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, houdende uitvoering van de regeling individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket sector Rijk (IKAP) zijn nadere procedurele regels vastgesteld passend bij de omstandigheden van Verkeer en Waterstaat. Deze regels zijn neergelegd in onderhavige Regeling IKAP Verkeer en Waterstaat;
In overeenstemming met het Departementaal Georganiseerd Overleg van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
ministerie:

het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

b.
medewerker:

degene die op het moment dat hij op grond van dit besluit een aanvraag indient in algemene dienst van het Rijk is aangesteld en tewerk is gesteld bij het ministerie, of in tijdelijke dienst is aangesteld bij het ministerie;

c.
bevoegd gezag:

het krachtens de mandaatregelingen van het Ministerie bevoegde gezag.

Artikel

2

Uitgangspunten

Iedere medewerker kan in beginsel aanspraak maken op de keuzemogelijkheden zoals die in het kader van dit besluit worden aangeboden.

  • 1.

    Deelname van de medewerker aan de keuzemogelijkheden zoals die in het kader van dit besluit worden aangeboden geschiedt op basis van vrijwilligheid.

  • 2.

    Een medewerker bepaalt zelfstandig, onder eigen verantwoordelijkheid en binnen de kaders van dit besluit zijn individuele voorkeur, indien hij wil deelnemen aan de keuzemogelijkheden zoals die in het kader van dit besluit worden aangeboden.

Hoofdstuk

2

Doelen en bronnen

Artikel

3

Doelen

De medewerker geeft op het aanvraagformulier zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, aan welk(e) doel(en) hij kiest.

De medewerker heeft daarbij de keuze uit de volgende - niet fiscaal gefaciliteerde - doelen:

  • a)

    maximaal 80 uren per kalenderjaar minder werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld en overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, inhouding voor elk minder te werken uur.

    Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;

  • b)

    verlaging van het aantal vakantie-uren zoals bepaald in artikel 22, twaalfde lid ARAR en, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, belaste uitbetaling van de vergoeding voor het aantal vakantie-uren waarmee de aanspraak op de vakantie is verlaagd;

  • c)

    maximaal 100 uren per kalenderjaar meer werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld en, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, belaste uitbetaling van de vergoeding voor deze meer te werken uren.

    Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;

    De medewerker heeft verder de keuze uit de volgende - fiscaal gefaciliteerde - doelen:

  • d)

    een belastingvrije vergoeding voor een fiets ten behoeve van het woon-werkverkeer;

  • e)

    een belastingvrije vergoeding voor een personal computer en/of bijbehorende randapparatuur, die mede voor het werk wordt gebruikt;

  • f)

    een belastingvrije vergoeding voor de inrichtingskosten van een (tele)werkruimte thuis;

  • g)

    een belastingvrije vergoeding van vakliteratuur en/of een opleiding of studie voor een beroep;

  • h)

    een belastingvrije vergoeding van de voor eigen rekening blijvende kosten van openbaar vervoer voor het traject woon-werkverkeer;

  • i)

    vermindering van de maandelijkse ouderbijdrage in de kosten van kinderopvang;

  • j)

    spaarpremie op grond van de Premiespaarregeling rijkspersoneel;

  • k)

    aanvulling ouderdomspensioen of ABP extra pensioen.

Artikel

4

Bronnen

De medewerker geeft op het aanvraagformulier zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, aan welk(e) bron(nen) hij wil inzetten ten behoeve van het realiseren van de door hem gekozen doel(en). De medewerker heeft daarbij de keuze uit de volgende bronnen:

Hoofdstuk

3

Aanvraag, peildatum en beslistermijn

Artikel

5

Aanvraag

Artikel

6

Aanvragen na 1 maart

Artikel

7

Aanvraag inzake bronnen mobiliteitstoeslag/eenmalige

Wanneer de medewerker een eenmalige toeslag op grond van artikel 22a BBRA of een mobiliteitstoeslag op grond van artikel 22c BBRA is toegekend, kan hij binnen twee weken na ontvangst van het besluit hiertoe een aanvraag indienen om deze toeslag in te zetten ten behoeve van één van de fiscaal gefaciliteerde doelen zoals genoemd in artikel 3, onder d tot en met k.

Artikel

8

Peildatum

Artikel

9

Beslistermijn

Hoofdstuk

4

Nadere bepalingen omtrent de (uitvoering van de) keuzen

Artikel

10

Combinaties/inzet van keuzen

Artikel

11

Uitbetaling en inhouding meer/minder werken

Artikel

12

Verwerking meer/minder uren werken

Hoofdstuk

5

Bijzondere situaties

Artikel

13

Langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid

Indien de medewerker gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid meer of minder uren te werken wordt bij langdurige ziekte of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in overleg tussen de leidinggevende en de medewerker gekozen voor een andere vorm van verrekening van uren /vergoeding.

Artikel

14

Tussentijdse verplaatsing/beëindiging

Artikel

15

Overlijden

In het geval dat de medewerker komt te overlijden wordt het resterende deel van de inhouding bij minder werken kwijtgescholden respectievelijk het resterende deel van de vergoeding bij meer werken en/of verlaging van de vakantie-uren niet teruggevorderd.

Artikel

16

Ten onrechte belastingvrij uitbetaalde vergoeding

Indien achteraf blijkt dat de vergoeding(en) ten onrechte belastingvrij is of zijn uitbetaald, wordt de ter zake verschuldigde loonheffing alsnog op de medewerker verhaald en verrekend bij de eerstvolgende salarisbetaling.

Artikel

17

Restant bedrag/jaar van uitvoering

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

18

Jaarlijks opnieuw aanvragen

De medewerker kan aan een wijziging van zijn arbeidsvoorwaardenpakket op grond van dit besluit geen rechten ontlenen voor volgende kalenderjaren.

Artikel

19

Hardheidsclausule

In geval van bijzondere omstandigheden dan wel in geval een strikte toepassing van dit besluit in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid kan het bevoegd gezag van dit besluit, met medeparaaf van de directeur Personeel en Organisatie, afwijken.

Artikel

20

Fiscale voorwaarden

De wijze waarop en de voorwaarden waaronder een medewerker de in artikel 4 genoemde bronnen kan inzetten voor (één van de) fiscaal gefaciliteerde doelen als bedoeld in artikel 3, onder d tot en

met k, worden beschreven in de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel

21

Evaluatie

Artikel

22

Bekendmaking

Dit besluit wordt bekendgemaakt door middel van een aankondiging in de Staatscourant.

Artikel

23

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel

24

Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: Regeling IKAP Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, R.J.J.M.Pans