De medewerker heeft daarbij de keuze uit de volgende - niet fiscaal gefaciliteerde - doelen:
-
a)
maximaal 80 uren per kalenderjaar minder werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld en overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, inhouding voor elk minder te werken uur.
Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;
-
b)
verlaging van het aantal vakantie-uren zoals bepaald in artikel 22, twaalfde lid ARAR en, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, belaste uitbetaling van de vergoeding voor het aantal vakantie-uren waarmee de aanspraak op de vakantie is verlaagd;
-
c)
maximaal 100 uren per kalenderjaar meer werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld en, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, belaste uitbetaling van de vergoeding voor deze meer te werken uren.
Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;
De medewerker heeft verder de keuze uit de volgende - fiscaal gefaciliteerde - doelen:
-
d)
een belastingvrije vergoeding voor een fiets ten behoeve van het woon-werkverkeer;
-
e)
een belastingvrije vergoeding voor een personal computer en/of bijbehorende randapparatuur, die mede voor het werk wordt gebruikt;
-
f)
een belastingvrije vergoeding voor de inrichtingskosten van een (tele)werkruimte thuis;
-
g)
een belastingvrije vergoeding van vakliteratuur en/of een opleiding of studie voor een beroep;
-
h)
een belastingvrije vergoeding van de voor eigen rekening blijvende kosten van openbaar vervoer voor het traject woon-werkverkeer;
-
i)
vermindering van de maandelijkse ouderbijdrage in de kosten van kinderopvang;
-
j)
spaarpremie op grond van de Premiespaarregeling rijkspersoneel;
-
k)
aanvulling ouderdomspensioen of ABP extra pensioen.