Aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 8, eerste lid, 9, eerste lid, onderdelen a, c en d, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, van de bedragen waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, ten minste gelijk moet zijn, en van de minimum-inkomensijkpunten, bedoeld in artikel 28 van die wet, alsmede wijziging van de Regeling bevordering eigenwoningbezit

Regeling bevordering eigenwoningbezit 2002

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

§

1

Wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit

Artikel

3

Het bedrag waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet bevordering eigenwoningbezit ten minste gelijk moet zijn, is per 1 juli 2002:

  • a.

    voor een eenpersoonshuishouden: € 11.700;

  • b.

    voor een tweepersoonshuishouden: € 14.950;

  • c.

    voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 11.750 en

  • d.

    voor een tweepersoonsouderenhuishouden: € 14.650.

Artikel

4

Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de Wet bevordering eigenwoningbezit, per 1 juli 2002 is:

  • a.

    voor een eenpersoonshuishouden: € 11.700;

  • b.

    voor een tweepersoonshuishouden: € 14.950;

  • c.

    voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 11.750 en

  • d.

    voor een tweepersoonsouderenhuishouden: € 14.650.

§

2

Wijziging van de Regeling bevordering eigenwoningbezit

§

3

Slotbepalingen

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2002.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevordering eigenwoningbezit 2002.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes