Regeling vaargebieden vissersvaartuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en met de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;
Gelet op de artikelen 3, derde lid, en 4, eerste lid, van richtlijn nr. 97/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt (PbEG L 1998, 34), alsmede op artikel 1.6, eerste lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002;

Besluit:

§

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

Omschrijvingen

§

2

Regionale bepalingen voor het noordelijk vaargebied

Artikel

2

Toepassingsgebied

Tenzij anders bepaald is deze paragraaf uitsluitend van toepassing op vissersvaartuigen die dienstdoen in het noordelijk vaargebied.

Artikel

3

Bedrijfsomstandigheden

In aanvulling op de specifieke bedrijfsomstandigheden, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder a tot en met d, van het besluit, wordt tevens rekening gehouden met de volgende bedrijfsomstandigheden:

  • 1º.

    bedrijfsomstandigheid b, c of d van artikel 3.7, eerste lid, van het besluit, naar gelang van welke de laagste waarden van de stabiliteitsparameters, vervat in de stabiliteitscriteria, genoemd in artikel 3.2 van het besluit, oplevert, dient te worden berekend, rekening houdend met de invloed van ijsafzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van het besluit;

  • 2º.

    voor vissersvaartuigen die met de ringzegen vissen: vertrek van de visgronden met het vistuig, zonder vangst en met 30% van de voorraden, brandstoffen en dergelijke, met inbegrip van de invloed van ijsafzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van het besluit.

Artikel

4

IJsafzetting

Artikel

5

Reddingsmiddelen

Onverminderd de bepalingen van artikel 7.5, tweede lid, onder b, derde lid, onder b, en lid 3bis, van het besluit dient, bij vaartuigen waarvan de bouw van de romp voldoet aan de voorschriften van een klassebureau om dienst te kunnen doen in wateren met zwaar drijfijs, de hulpverleningsboot of de reddingsboot, voorgeschreven in de voornoemde artikelen, ten minste gedeeltelijk overdekt te zijn zoals voorgeschreven in artikel 7.18 van het besluit, en voldoende inhoud te hebben om aan alle opvarenden plaats te bieden.

Artikel

7

Radartransponders

In aanvulling op de bepalingen van hoofdstuk 7, paragraaf 2, van het besluit dient elke reddingsboot, elke hulpverleningsboot en elk reddingsvlot te allen tijde te zijn voorzien van een goedgekeurde radartransponder die in staat is in de 9Ghz-band te werken.

Artikel

9

Radarinstallaties

Onverminderd de bepalingen van artikel 10.3, zevende lid, van het besluit dient ieder vaartuig waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt te zijn voorzien van een radarinstallatie die ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is. Deze radarinstallatie dient in staat te zijn in de 9Ghz-band te werken.

Artikel

10

Uitrusting voor het geven van seinen

In aanvulling op de bepalingen van artikel 10.5 van het besluit dient elk vaartuig dat dienstdoet in wateren waarin drijfijs kan voorkomen, te zijn voorzien van ten minste één zoeklicht met een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux op een afstand van 750 meter.

§

3

Regionale bepalingen voor het zuidelijk vaargebied

Artikel

11

Toepassingsgebied

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op vaartuigen die dienstdoen in het zuidelijk vaargebied.

Artikel

12

Overlevingspakken

In afwijking van het bepaalde in artikel 7.9, vierde lid, van het besluit, hoeft voor vaartuigen waarvan de lengte minder dan 45 meter bedraagt, het aantal overlevingspakken aan boord niet groter dan twee te zijn.

Artikel

13

Radiocommunicatie

Hoofdstuk 9 van het besluit is eveneens van toepassing op nieuwe vaartuigen waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt, mits het vaargebied waarin zij dienstdoen afdoende wordt bestreken door een kuststation dat in overeenstemming met het IMO Master Plan werkt.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaargebieden vissersvaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos