Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2002

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Financiën, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie.

Artikel

3

Artikel

4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 700 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De korpschef van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de toezichthouder en de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

Ingetrokken worden:

  • a.

    het Besluit BOA Dienst Materiële Ondersteuning, regiopolitie Amsterdam-Amstelland van 10 maart 1999, kenmerk 99/6025-7766/Asd/2;

  • b.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar t.b.v. medewerkers centrale opvang van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland d.d. 5 januari 2000, kenmerk 2000/6025-1/0 Asd;

  • c.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar bewaking en transport politieregio Amsterdam-Amstelland 2001 van 14 februari 2001, kenmerk 5080261/501/CBK;

  • d.

    het Besluit BOA Dienst Vreemdelingenpolitie van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2001 van 22 mei 2001, kenmerk 5099329/DBZ/01;

  • e.

    het Besluit BOA medewerkers centrale verwerking bekeuringen van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2001 van 11 juli 2001, kenmerk 5108041/DBZ/01.

Artikel

9

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Amsterdam-Amstelland 2002.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
de directeur-generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens