Voor deze aanvraagperiode wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 4.537.802,10.
Artikel
2
De subsidie bedraagt voor gewassen die op het tijdstip van indienen van de aanvraag nog niet als biologische producten kunnen worden afgezet, met uitzondering van veevoedergewassen:
De verdeling van het beschikbare bedrag vindt plaats op grond van de volgende rangorde:
a)
aanvragen van bedrijven waarvan geen enkel product als biologisch product kan worden afgezet, en die gaan beginnen of begonnen zijn met de omschakeling naar de biologische productiemethode van één of meer productierichtingen;
b)
aanvragen die betrekking hebben op de uitbreiding van het volgens de biologische productiemethode geteelde areaal door:
1º
het omschakelen van één of meerdere productierichtingen naast een bestaande biologische productierichting, waarbij de van de eerstgenoemde productierichtingen afkomstige producten, in tegenstelling tot laatstgenoemde productierichting, nog niet als biologische producten kunnen worden afgezet, onderscheidenlijk
2º
de verwerving van grond ten behoeve van een productierichting waarin de biologische productiemethode reeds wordt toegepast, en waarbij de gewassen afkomstig van de verworven grond op het moment van aanvraag niet als biologische producten kunnen worden afgezet;
en die slechts betrekking hebben op de nieuw om te schakelen productierichting of verworven grond;
c)
alle overige aanvragen.
3
Aanvragen bestaande uit twee of meer categorieën als bedoeld in het tweede lid, worden bij de verdeling van het beschikbare bedrag, voor elke categorie als een aparte aanvraag behandeld.
Artikel
4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.Brinkhorst