Besluit van 5 juli 2002 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000

Wijzigingsbesluit Vreemdelingenbesluit 2000

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 25 maart 2002, nr. 5154477/02/6;
De Raad van State gehoord (advies van 27 mei 2002, nr. W03.02.0143/I);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 24 juni 2002, nr. 5171807/02/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel

II

Dit besluit blijft buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van dit besluit gepleegd misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld.

Artikel

III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, N. A. Kalsbeek
De Minister van Justitie, A. H. Korthals