Besluit van de Minister van Justitie van 12 september 2002, kenmerk 5185945/502/CBK, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Financiën, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie.

Artikel

3

Artikel

4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 950 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De korpschef van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de toezichthouder en de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

Ingetrokken worden:

  • 1.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar afdeling Arrestantenverzorging regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2000;

  • 2.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar afdeling centrale opvang van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond 2001;

  • 3.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerkers Vreemdelingenzaken van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond 2000;

  • 4.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Rivierpolitie Rotterdam-Rijnmond 2001;

  • 5.

    het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2000.

Artikel

9

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, alsmede de individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
de directeur-generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens