Verordening van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel van 25 september 2002, houdende regels terzake van de aan de onder het hoofdbedrijfschap ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2003 (Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2003)

Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2003

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

in deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 2, van de Instellingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    werkzame personen: de personen die doorgaans tenminste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn:

    • al dan niet in dienst van de betrokken onderneming zijnde werknemers;

    • meewerkende ondernemer;

    • meewerkend gezinslid van de ondernemer;

  • d.

    detailhandel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, van de Instellingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • e.

    ambulante handel: markthandel, straathandel en handel te water;

  • f.

    verkoopplaats: iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden.

  • g.

    het inkomen: het belastbaar inkomen als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;

  • h.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarvoor het Hoofdbedrijfschap Detailhandel is ingesteld.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

§

3

Bestemmingsheffingen

Artikel

6

Aan bepaalde groepen van ondernemingen worden in 2003 bestemmingsheffingen opgelegd. Deze heffingen worden per groep van ondernemingen in een aparte bestemmingsheffingverordening vastgesteld.

§

4

Geen of gedeeltelijke heffing

Artikel

7

§

5

De vaststelling en oplegging van de heffing

Artikel

9

De beschikking tot oplegging van de heffing is schriftelijk. Op de beschikking wordt in ieder geval vermeld:

  • a.

    de naam en woonplaats dan wel vestigingsplaats van de ondernemer

  • b.

    het totaal van de vastgestelde heffing

  • c.

    een beknopte specificatie van de heffing

  • d.

    de dagtekening van de beschikking

  • e.

    de termijn waarbinnen de heffing uiterlijk moet zijn betaald

  • f.

    het registratienummer van de onderneming.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

§

6

De betaling van de opgelegde heffing

Artikel

13

§

7

Vermindering van heffing

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

De verschuldigde heffing kan in uitzonderlijke gevallen worden verminderd of kwijtgescholden, indien naar het oordeel van de voorzitter strikte toepassing van de heffingsverordening tot een voor de betrokken ondernemer onredelijk resultaat leidt.

Artikel

17

Artikel

18

Indien door het verstrekken van onjuiste of onvoldoende gegevens ten onrechte vermindering op grond van artikel 14 of 16 is verleend, wordt de beschikking op de aanvraag om vermindering ingetrokken.

§

8

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

19

De bevoegdheid de heffing krachtens deze verordening op te leggen alsmede de bevoegdheid de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel

20

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel

21

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2003.

Deze verordening zal worden afgekondigd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag
A.F. Kolkman voorzitter
E.E. van de Lustgraaf secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002.