Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 2 oktober 2002, houdende vaststelling bestemmingsheffing ten behoeve van de Commissie voetverzorging voor het jaar 2003 (Heffingsverordening Commissie voetverzorging 2003)

Heffingsverordening Commissie voetverzorging 2003

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven.

Artikel

2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Vermindering van heffing

Artikel

5

Artikel

6

Vermindering als bedoeld in artikel 5 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§

4

Overige bepalingen

Artikel

8

De bevoegdheid om de heffing bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel

9

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel

10

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening Commissie voetverzorging 2003.

Deze verordening zal worden afgekondigd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 11 december 2002, nr. ME/MW 02061122.