Besluit van de Minister van Justitie d.d. 31 oktober 2002, kenmerk 5194120/502/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Belastingdienst/Douane

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2002

De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

1.
buitengewoon opsporingsambtenaar:

de ambtenaar die als buitengewoon opsporingsambtenaar is beëdigd door of vanwege de procureur-generaal bij het gerechtshof te Arnhem en werkzaam is bij de Douane als:

  • a.

    ambtenaren belast met surveillancewerkzaamheden, ambulante werkzaamheden en ondersteuning van opsporingsdiensten tot een maximum van 1200 personen;

  • b.

    overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten, tot een maximum van 5800 personen;

2.
Douane:

de Belastingdienst/Douane ressorterend onder het Ministerie van Financiën.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De directeur Douane brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie en de toezichthouder verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Douane,

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten, met uitzondering van de fiscale en douanedelicten en

  • c.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december beschikt over de geweldsmiddelen wapenstok en/of vuurwapen.

Artikel

6

De buitengewoon opsporingsambtenaar is ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

  • a.

    de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg de basisopleiding Douane heeft voltooid;

  • b.

    de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste het niveau van de relevante eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van 28 oktober 2002, kenmerk 5196598/502/CBK, en is onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie;

  • c.

    de toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een toetsingscommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;

  • d.

    door middel van een systeem van periodieke bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau gehandhaafd blijft.

Artikel

7

De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de Kaderregeling legitimatiebewijs Belastingdienst.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van de in artikel 9 genoemde besluiten, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2002 en vervalt met ingang van 1 december 2007.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2002.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
de directeur-generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens