Verordening d.d. 13 november 2002 van het Productschap Dranken, houdende regels terzake van de aan de onder het Productschap Dranken op grond van artikel 3 lid 2 onder c van het Instellingsbesluit Productschap Dranken ressorterende ondernemingen op te leggen regels omtrent de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken en zwakgedistilleerde dranken; Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde DrankenProductschap Dranken 2003

Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde Dranken Productschap Dranken 2003

Het Bestuur van het Productschap Dranken;

besluit:

vast te stellen de navolgende Verordening.

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Definities van jenever en korenwijn

Artikel

2

Artikel

3

Korenwijn: een gedistilleerde drank, die:

  • a.

    bereid is met ethylalcohol uitsluitend van granen en waarvan de alcoholcomponent voor minstens 51% bestaat uit moutwijn en/of tot 70% vol geherdistilleerde moutwijn;

  • b.

    voor wat betreft aromatiseren uitsluitend natuurlijke aromastoffen mag bevatten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter b) onder i) van de richtlijn 88/388/EEG en/of aromatische preparaten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter c van die richtlijn en/of planten of plantendelen met aromatische eigenschappen;

  • c.

    kan zijn bijgekleurd met uitsluitend karamel;

  • d.

    kan zijn gezoet tot een maximum van 20 gram suiker per liter;

  • e.

    moet zijn kleurloos, lichtgeel of lichtbruin van kleur;

  • f.

    een alcoholgehalteheeft van tenminste 38% vol.

Artikel

4

Artikel

5

Voor het rijpen geldt dat degene die hiertoe overgaat een register moet bijhouden met in ieder geval de volgende gegevens:

  • 1.

    informatie op grond waarvan de jenever en/of korenwijn per recipiënt gedurende de rijping te allen tijde kan worden geïdentificeerd;

  • 2.

    de datum waarop de rijping begint, dit is de datum waarop de recipiënt, waarin de jenever en/of korenwijn met het oog op de rijping wordt opgeslagen, wordt gevuld;

  • 3.

    de datum waarop de rijping is beëindigd, dit is de datum waarop de rijping wordt onderbroken dan wel definitief wordt stopgezet;

  • 4.

    de plaats van de rijping;

  • 5.

    in het voorkomend geval, de datum en de wijze waarop jenever en/of korenwijn onderling tijdens de rijping worden gemengd en/of worden overgestoken van de ene recipiënt naar de andere;

  • 6.

    indien jenever en/of korenwijn, waarvan de begindatum van de rijping verschilt, onderling worden gemengd, wordt de rijpingsduur van de gemengde jenever en/of korenwijn genoteerd aan de hand van de datum waarop het rijpingsproces van het jongste product in het mengsel is begonnen.

Artikel

6

§

3

Definitie van Advocaat

Artikel

7

Artikel

8

Voor de beoordeling of advocaat voldoet aan de in artikel 7 lid 1 gestelde eisen betreffende het minimum alcoholgehalte resp. het minimum gehalte aan zuiver eigeel, moet gebruik gemaakt worden van de in de bijlagen 1 en 2 van deze verordening aangegeven onderzoekmethoden,

Artikel

9

§

4

Overige gedistilleerde en zwak gedistilleerde dranken

Artikel

10

vieux: een gedistilleerde drank die:

  • licht- tot donkerbruin van kleur is;

  • vervaardigd is van ethylalcohol uit landbouwproducten;

  • aromatische geur- en/of smaakstoffen bevat, weke de drank het aroma van uit wijn

    gestookt gedistilleerd verlenen;

  • een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • kleurstoffen mag bevatten;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol;

Artikel

11

brandewijn: een gedistilleerde drank, die:

  • nagenoeg kleurloos is;

  • vervaardigd is van uit ethylalcohol uit landbouwproducten, al dan niet

  • gezuiverd over actieve koolfilters;

  • is gedistilleerd over zuurmakende stoffen en/of vruchten of zaden, dan wel met toevoeging van aroma's en/of geur- en smaakstoffen, welke de drank het kenmerkende organoleptische karakter geven;

  • een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol.

Artikel

12

vruchtenbrandewijn: een gedistilleerde drank, die:

  • vervaardigd is met brandewijn en/of ethylalcohol uit landbouwproducten met de ingrediënten van brandewijn, door middel van distillatie en/of infuus van vrucht(en) en/of vruchten- en plantendelen en/of toevoeging van vruchtensap(pen) en/of een distillaat c.q. extract van vruchten- of plantendelen;

  • aroma's, kleurstoffen en/of andere geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • een suikergehalte heeft van minimaal 100 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van minimaal 20% vol;

Artikel

13

likorette : een zwak gedistilleerde drank die:

  • behalve ethylalcohol uit landbouwproducten als kenmerkende bestanddelen bevat suiker en een distillaat en/of infuus en/of extract van vruchten en/of vruchtendelen en/of plantendelen en/of zaden en/of kruiden en/of vruchtensappen en/of melk, room of andere zuivelprodukten;

  • kleurstoffen en/of andere aroma's en/of geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • een suikergehalteheeft van minimaal 100 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 12% doch minder dan 15% vol.

Artikel

14

De benamingen van de in artikelen 10 tot en met 12 genoemde gedistilleerde dranken moeten in hetzelfde gezichtsveld vergezeld gaan van de benaming "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank", tenzij wordt voldaan aan het bepaalde in EG Verordening 1576/89, artikel 1 lid 4 onder r, in welk geval het woord "likeur" vermeld moet worden.

Artikel

15

Wanneer uit de aanduiding van een likorette en vruchtenbrandewijn blijkt, dat deze benaming in het bijzonder verwijst naar een bepaalde vrucht of plant of deel daarvan, dan moet deze in overwegende mate de geur en de smaak van de desbetreffende drank bepalen.

§

5

Naleving Verordening (EEG) 1576/89

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

§

6

Slotbepalingen

Artikel

19

Overtredingen van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde zijn strafbare feiten.

Artikel

20

Den Haag
B.A.H. van Zweden voorzitter
W. Snijder secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 27 februari 2003 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 19 februari 2003, nr. ME/MW 02056632.

Bijlage

1

behorend bij artikel 8

Onderzoekmethode ter bepaling van het minimum alcoholgehalte van advocaat

a. Bepaling van de ρ 20 - waarde van advocaat

  • 1.

    Bepaling met behulp van Anton Paar-apparatuur.

    Deze bepaling kan op de gebruikelijke wijze worden uitgevoerd.

    N.B. De apparatuur moet na deze bepaling zorgvuldig worden gereinigd.

  • 2.

    Bepaling met maatkolven.

    Gebruikt worden maatkolven, die voor de bepaling van p 20- waarden geijkt zijn. Vul twee maatkolven van 50 of 100 ml tot boven de streep met het te onderzoeken monster en plaats ze vervolgens gedurende 20 minuten in een waterbad van 20° C.

    Stel daarna het vloeistofniveau op de streep in.

    Reinig de hals van de maatkolf inwendig zorgvuldig.

    Zet de maatkolven ter controle nog 10 minuten in het waterbad van 20° C.

    Droog de kolven af en weeg ze op een analytische balans. Uit het gevonden gewicht en de gegevens betreffende het leeggewicht en de inhoud van de kolven wordt berekend:

b. De distillatie

Weeg in een bekerglas van 100 ml ca. 105 gram nauwkeurig advocaat af op analytische balans.

Spoel deze hoeveelheid met ongeveer 100 ml gedistilleerd water over in de destilleerkolf en meng. Voeg ca. 2 gram tannine en enkele puimsteenkorrels toe.

Destilleer 90 - 95 ml over in een maatkolf van 100 ml. Plaats de maatkolf in een waterbad van 20 graden C en vul na 20 minuten aan tot de streep met gedistilleerd water van 20° C.

Meng vervolgens de inhoud van de maatkolf.

Bepaal van de inhoud van de maatkolf de ρ 20-waarde met behulp van een pyknometer (geijkt voor ρ 20) of met de Anton Paar-apparatuur.

Herleid met behulp van de OIML-tabellen de gevonden p 20- waarde tot volumeprocenten alcohol.

c. Berekening

Afgewogen: a gram advocaat

Gevonden bij b.: q % vol alcohol

Het alcoholgehalte van de advocaat is dan:

Bijlage

2

behorend bij artikel 8

Onderzoekmethode ter bepaling van het minimum gehalte aan zuiver eigeel

Weeg in een mortier 40 tot 50 gram advocaat (= a gram) en voeg al wrijvend circa 100 ml ethanol 96% toe.

Wrijf de massa bij kamertemperatuur zorgvuldig en gedurende circa 5 minuten, opdat een zo goed mogelijke coagulatie en menging ontstaat. Breng de inhoud van het mortier met behulp van ethanol 96% als spoelvloeistof over in een maatkolf van 250 ml en vul aan tot de streep. Laat indien nodig de gesloten maatkolf een nacht staan ten behoeve van optimale coagulatie. Filtreer door een vouwfilter (type S&S nr. 604½ of gelijkwaardig) in een erlenmeyer. Verwerp de eerste 20 ml van het filtraat en pipetteer 50 ml in een platinaschaal, voeg 5 ml magnesium-acetaatoplossing toe, damp in op waterbad en droog bij 102° - 105° C.

Veras tot een wit poeder, eerst op vrije vlam en daarna nog gedurende een uur in een oven bij circa 550° C.

Neem na afkoelen van de schaal de as voorzichtig op in 20 ml zwavelzuurhoudend salpeterzuur. Filtreer de verkregen oplossing door een vouwfilter (type S&S nr. 604½ of gelijkwaardig) in een bekerglas van 250 ml. Was de platinaschaal en filter tweemaal na met 10 ml zwavelzuurhoudend salpeterzuur en breng de was vloeistof beide malen op het filter.

Was vervolgens de platinaschaal met 10 ml water. Breng dit water ook op het filter.

Breng de oplossing aan de kook, neem het bekerglas van de vlam en zwenk gedurende circa 10 seconden om, zodat de wand van het glas niet oververhit is. Voeg onmiddellijk 50 ml, zo nodig gefiltreerd, sulfaatmolybdeen-reagens ineens (niet druppelsgewijs) toe, erop lettend, dat dit reagens de wand van het bekerglas niet aanraakt. Laat daarna gedurende 2 tot 3 minuten het bekerglas onaangeroerd staan en meng dan door circa een halve minuut omzwenken. Laat vervolgens het bekerglas gedurende ten minste 12 uur staan. Filtreer het neerslag af door een gewogen filterkroes G4 en was het neerslag achtereenvolgens met 50-70 ml ammoniumnitraat- oplossingen met aceton. Plaats de kroes in een droogstoof bij 102° tot 105° C en weeg hem op 0,1 mg nauwkeurig tot constant gewicht (massa neerslag = p gram).

Het percentage eierdooier in de waar =

waarin a = massa in grammen van de onderzochte hoeveelheid advocaat,

p = massa in grammen van het neerslag.

Wil men omrekenen in gram per liter dan luidt de berekening als volgt: het gehalte eierdooier in grammen per liter in de waar =

waarin ρ 20 = dichtheid van advocaat bij 20° C.

Lijst van reagentia

  • Zwavelzuurhoudend salpeterzuur:

    Schenk 30 ml sterk zwavelzuur bij 1 liter salpeterzuur s.g. 1,20.

  • Sulfaatmolybdeen oplossing:

    Los 100 g ammoniumsulfaat op in salpeterzuur s.g. 1,36 tot 1 liter oplossing; los 300 g ammoniummolybdaat op in water tot 1 liter oplossing; breng beide oplossingen op kamertemperatuur; schenk de molybdaatoplossing in een dunne straal, onder voortdurend omroeren, bij de sulfaatoplossing; filtreer het mengsel na 48 u en bewaar het filtraat in het donker; filtreer zonodig voor het gebruik.

  • Magnesiumacetaat-oplossing 50%:

    Los 500 gMg (OOC-CH3)24H20 op in 500 ml water.