Regeling van de Minister van Justitie houdende nadere regels inzake individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket

Uitvoeringsregeling IKAP Ministerie van Justitie

De Minister van Justitie,
Gelet op de artikelen 21g en 21i van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, alsmede op het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 augustus 2001 (Stcrt. nrs 120 en 161);
In overeenstemming met het Georganiseerd Overleg Ministerie van Justitie;

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

f.
Medewerker:

degene die is aangesteld op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en werkzaam bij het Ministerie van Justitie;

g.
Bevoegd gezag:

degene aan wie de personele beheersbeslissing namens de Minister van Justitie op grond van een regeling is gemandateerd;

h.
Peildatum:

de eerste van de maand volgend op de maand waarin de ambtenaar een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, 3 of 7, eerste lid, onderdeel b, heeft ingediend.

Artikel

2

Meer uren werken

Artikel

3

Minder uren werken

Artikel

4

Indienen van de aanvraag

Artikel

5

Beslissing op de aanvraag

Artikel

6

Opschorting als gevolg van het niet verrichten van arbeid

Artikel

7

Afzien van aanspraken (bronnen) ten behoeve van vastgestelde bestemmingsmogelijkheden (doelen)

Artikel

8

Nadere voorwaarden voor de aanwending van bronnen voor doelen

Artikel

9

Reservering van aanspraken

Artikel

10

Verrekening of uitbetaling

Artikel

11

Verhaal loonheffing en meldingsplicht

Artikel

12

Hardheidsclausule

Artikel

13

Jaarlijks opnieuw aanvragen en afwegen

De medewerker kan aan de wijziging van zijn arbeidsvoorwaardenpakket op grond van deze regeling geen rechten ontlenen voor volgende kalenderjaren.

Artikel

14

Inwerkingtreding en citeertitel

De Minister van Justitie, J.P.H.Donner