Besluit van 6 januari 2003 tot vaststelling van de Vergoedingenregeling Hof van Discipline 2002 (Vergoedingenregeling Hof van Discipline 2002)

Vergoedingenregeling Hof van Discipline 2002

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 10 december 2002, nr. 5194695/802;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

4

Van toekenning van een vergoeding als bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden uitgesloten functionarissen in dienst van het Rijk of van een door het Rijk in het leven geroepen instelling, dan wel een instelling welker personeelskosten door het Rijk worden vergoed, indien hun benoeming haar oorzaak vindt in de functie die zij vervullen.

Artikel

5

Een bestuurlijke vergadering van het Hof wordt met een zitting gelijkgesteld.

Artikel

6

De genoemden in de artikelen 2 en 3 hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel

7

Het Besluit verhoging vergoedingen voor kroonleden Hof van Discipline van 2 januari 1996, kernmerk 32882/896, wordt ingetrokken.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: «Vergoedingenregeling Hof van Discipline 2002».

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner