Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 april 2003, Directoraat-Generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen, nr. 27493/DGUB/2003, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen 2003)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen 2003

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: een organisatieonderdeel van het ministerie dat ressorteert onder de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen;

  • b.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • c.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren de volgende organisatieonderdelen:

  • a.

    de directie Uitvoering Werk en Inkomen;

  • b.

    het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatiemanagement;

  • c.

    de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst;

  • d.

    het Bureau Opsporingsbeleid;

  • e.

    het Departementaal Projectbureau Handhavingsbeleid;

  • f.

    een stafbureau.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Artikel

4

De directie Uitvoering Werk en Inkomen is verantwoordelijk voor:

Artikel

5

Het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de bevordering van de doeltreffende en doelmatige toepassing van informatie- en communicatietechnologie in het gehele uitvoeringsdomein van het ministerie, in het bijzonder de keteninformatisering tussen de verscheidene organen. Het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatie-management draagt zorg voor:

  • a.

    het ontwikkelen van een sectorbreed informatiebeleid en advisering over inrichting en uitvoering van het informatiebeleid in de afzonderlijke kolommen;

  • b.

    het behartigen van alle aspecten van de sectorbrede informatiearchitectuur en -infrastructuur voor de uitvoeringsorganen in hun onderlinge ketenafhankelijkheid;

  • c.

    het vertalen van nieuwe (technische en beleids)ontwikkelingen naar processen en technische facilitering van uitvoeringsorganisaties.

Artikel

6

Artikel

7

Het Bureau Opsporingsbeleid is verantwoordelijk voor de coördinatie en monitoring van het opsporingsbeleid op het werkterrein van het ministerie. Het Bureau draagt zorg voor de opstelling en bijstelling van het jaarlijkse opsporingsbeleidsplan en handhavingsarrangement, alsmede voor het periodiek rapporteren over de resultaten van dit plan respectievelijk arrangement. Tevens verzorgt het Bureau de contacten met het Openbaar Ministerie, voorzover deze geen betrekking hebben op concrete strafzaken of concrete opsporingsprojecten. Het Bureau bevordert de samenwerking tussen het ministerie en de opsporingspartners op het terrein van het Sociale Zaken en Werkgelegenheid, teneinde tot een adequate afstemming tussen beleidsontwikkeling en opsporingspraktijk te komen.

Artikel

8

Het stafbureau is verantwoordelijk voor advisering aan en ondersteuning van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies, zowel beleidsinhoudelijk als beheersmatig.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

9

§

5

Slotbepalingen

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen,
M.A. Ruys