Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, van 21 mei 2003, Directie Bijstand en Gemeentelijk Activeringsbeleid, nr. B&GA/GAB/03/33336 tot het verstrekken van subsidie ter stimulering van de totstandkoming van samenwerkingsverbanden op het gebied van de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Tijdelijke stimuleringsregeling samenwerkingsverband Bbz en IOAZ)
Tijdelijke stimuleringsregeling samenwerkingsverband Bbz en IOAZ
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte,
samenwerkingsverband Bbz-IOAZ: een organisatorisch verband, met een feitelijke personele formatie van tenminste 6 fte's, waarin colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan wel op basis van een samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk het Bbz en de IOAZ uitvoeren;
d.
samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst waarin de gemeenschappelijke uitvoering van het Bbz en de IOAZ, anders dan op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, door colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten binnen een organisatorisch verband is geregeld;
e.
overeenkomst: een geschrift waaruit blijkt dat tussen colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten overeenstemming bestaat dat een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ tot stand wordt gebracht;
f.
proceskosten: eenmalige, onlosmakelijk aan de totstandbrenging van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ verbonden personele kosten, die in de periode voorafgaande aan de operationele start van het tot stand te brengen samenwerkingsverband Bbz-IOAZ worden gemaakt;
g.
kwaliteitsfunctionaris: een functionaris die binnen het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ belast is met het toezicht op, en in het verlengde daarvan, het verbeteren van de kwaliteit van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ;
h.
fte: arbeidsplaats op basis van een volledige werkweek;
i.
de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter stimulering van de totstandkoming van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ.
Artikel
3
Subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt € 1.600.000,-.
Artikel
4
Subsidieaanvrager
1
De subsidie wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders, dat daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst, is aangewezen.
2
De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager.
Artikel
5
Subsidieaanvraag
1
Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd:
a.
een door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst ondertekend document, waaruit blijkt dat het college van burgemeester en wethouders dat de subsidie aanvraagt, daartoe door hen is aangewezen;
b.
een afschrift van de overeenkomst;
c.
een projectplan met betrekking tot de totstandbrenging van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ;
d.
een opgave van de beoogde feitelijke personele formatie van het tot stand te brengen samenwerkingsverband Bbz-IOAZ.
2
De minister ontvangt uiterlijk 15 november 2003 de subsidieaanvraag.
Artikel
6
Subsidiabele kosten
Voor subsidie kosten samenwerkingsverband Bbz-IOAZ kunnen eenmalig in aanmerking worden gebracht:
a.
proceskosten, en
b.
over een periode van maximaal twaalf maanden, kosten van personeel dat onmiddellijk na de operationele start van het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ werkzaam is binnen het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ.
Indien het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ niet over een periode van twaalf maanden overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening operationeel is, stelt de minister de subsidie vast voor de kosten, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, vermeerderd met een deel van de kosten, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van het deel van de periode en de omvang van de personele formatie, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, dat het samenwerkingsverband Bbz-IOAZ feitelijk functioneerde.
3
Indien de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, geheel wordt geweigerd, stelt de minister de subsidie vast voor de kosten, bedoeld in artikel 6, onderdeel a.
Artikel
10
Verantwoording
1
De minister ontvangt uiterlijk 30 april 2006 van de subsidieontvanger een verantwoording. De verantwoording is voorzien van een verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 16 van de Algemene Regeling SZW-subsidies.
2
De verantwoording en de verklaring van een accountant zijn ingericht overeenkomstig de modellen van bijlagen 1 en 2 van deze regeling. De verklaring van een accountant is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 3 van deze regeling voorgeschreven controle- en rapportageproctocol.
Artikel
11
Evaluatie
De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister alle medewerking aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger met het tot stand brengen van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ een bijdrage heeft geleverd aan de verhoging van de kwaliteit van de uitvoering van het Bbz of de IOAZ.
Artikel
12
Inwerkingtreding
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2006.
2
De regeling, zoals die voor de datum waarop deze vervalt geldt, blijft van toepassing op de afwikkeling van de subsidie, bedoeld in artikel 2.
Artikel
13
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling samenwerkingsverband Bbz en IOAZ.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen 1, 2 en 3 van deze regeling worden met ingang van 1 augustus 2003 ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte
Bijlage
1
Ligt met ingang van 1 augustus 2003 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
2
Ligt met ingang van 1 augustus 2003 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
3
Ligt met ingang van 1 augustus 2003 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.