Besluit van de Minister van Justitie van 26 mei 2003, kenmerk 5227707/503/CBK inhoudende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Koninklijke marechaussee

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2003

Artikel

1

In dit besluit wordt bestaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Maximaal 50 burgerambtenaren, werkzaam bij de Koninklijke marechaussee in de functie van medewerker recherche, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór

1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie en aan de toezichthouder verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was als medewerker recherche;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2003.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph. Mayer