Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 mei 2003, nr. 03/0274872 JZ, houdende de verstrekking van subsidies ter bevordering van de ontwikkeling van gebruikersmogelijkheden voor geavanceerde elektronische communicatienetwerken (Regeling subsidies elektronische communicatie)

Regeling subsidies elektronische communicatie

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b.

    groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°.

      een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°.

      laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • c.

    samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband bestaande uit ten minste drie, niet in dezelfde groep verbonden natuurlijke of rechtspersonen;

  • d.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten die voor Nederland nieuw zijn en die leiden tot de verwerving van kennis die kan worden toegepast door anderen dan de deelnemers in het samenwerkingsverband dat het project uitvoert en die bijdragen aan:

    • 1°.

      een efficiënt en innovatief gebruik van openbare elektronische communicatienetwerken;

    • 2°.

      de mededinging in de elektronische communicatiesector door het stimuleren van reële alternatieven voor bestaande openbare elektronische communicatienetwerken, of

    • 3°.

      de implementatie van informatie- en communicatietechnologie in de maatschappij en de toegang tot en het gebruik van kwalitatief hoogwaardige elektronische communicatievoorzieningen;

  • e.

    haalbaarheidsstudie: een project dat bestaat uit een analyse en een beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek te ontwikkelen of in de praktijk toe te passen;

  • f.

    demonstratieproject: een project dat een technisch en economisch risico inhoudt, en dat bestaat uit het treffen van technische of beheersmatige voorzieningen, met behulp van:

    • 1°.

      voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen of technieken, of

    • 2°.

      een voor Nederland nieuwe toepassing van producten, apparaten, systemen of technieken, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten, bestemd voor het demonstreren van voorzieningen en de daarmee behaalde resultaten;

  • g.

    kennisoverdrachtproject: een project dat gericht is op het overdragen van kennis en informatie over de toepassing van informatie- en communicatietechnologie aan een bepaalde doelgroep;

  • h.

    openbaar elektronisch communicatienetwerk: een stelsel van inrichtingen en daarbij behorende middelen dat het mogelijk maakt signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische middelen of andere elektromagnetische middelen en dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden;

  • i.

    kleine of middelgrote onderneming: een kleine of middelgrote onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Voor het verlenen van subsidies op aanvragen die zijn ontvangen in een periode als bedoeld in artikel 6, eerste lid, bedraagt het subsidieplafond in elk jaar € 1 360 000.

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

6

Artikel

7

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b.

    hij het onaannemelijk acht, dat het project binnen een jaar kan worden voltooid;

  • c.

    gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren;

  • d.

    indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren.

Artikel

8

Artikel

9

§

3

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

§

4

Voorschotten

Artikel

14

Artikel

15

De deelnemer in het samenwerkingsverband die de aanvraag van subsidie indient, dient mede namens de andere deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag van een voorschot in met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel

16

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, voor zover een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

17

Artikel

18

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

19

Artikel

20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies elektronische communicatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Senter, Juliana van Stolberglaan 3, `s-Gravenhage.

's-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, L.J. Brinkhorst

Bijlage

Bijlagen liggen ter inzage bij het agentschap Senter, Juliana van Stolberglaan 3, `s-Gravenhage.